"Systeemdenken is nu de basis van alle technische automotive opleidingen. Het mechanische gedeelte is tegenwoordig een stuk hardware dat via een ict-platform wordt aangestuurd en communiceert met de rest van de auto." Het gevolg van deze complexiteit is in de praktijk echter dat monteurs regelmatig op het verkeerde been worden gezet door storingsmeldingen. Want ondanks alle geavanceerde systemen is ‘de auto’ nog steeds niet goed in staat om een honderd procent juiste analyse te genereren. "Het is daarom onze grootste uitdaging om dit soort complete systemen te doorgronden en te beheersen en om studenten hierin te scholen." Ondanks al het ict-geweld in de werkplaats blijft ook kennis van de mechanische constructies en het kunnen repareren van mechanische storingen nodig, weet Klink. "Heel veel storingen hebben nog steeds een mechanische oorsprong, zeker bij dieselvoertuigen waar we vaak problemen zien met filters, EGR en injectoren. Vandaar ook dat techniek een belangrijke pijler is van onze automotive opleidingen."

 

Monsterboard

Van de drie automotive opleidingen in Rotterdam, Eindhoven en Arnhem is die in Arnhem de grootste. De ruim vierduizend studenten en afgestudeerden zwermen uit over heel Europa en zijn vrijwel direct verzekerd van een baan. Als coördinator van de deeltijd opleidingen adviseert Klink zijn studenten zelfs om al tijdens de opleiding hun cv op banensites als Monsterboard te plaatsen. "Ze krijgen dan al de nodige reacties." Het zijn geluiden die we niet vaak horen in de branche. Bert Klink voegt er dan ook aan toe dat het gaat om banen op niveau. "Het aantal dealers krimpt en dat wordt vooral voelbaar aan de onderkant van de markt. De vraag naar hbo-geschoold personeel blijft echter onverminderd hoog. Er zijn in Nederland vijfhonderd producerende bedrijven (toeleveranciers) voor de automobielbranche dus de vraag naar goed opgeleid personeel is groot."

 

Associate degree

Samenwerking met het bedrijfsleven is cruciaal om het opleidingsprogramma relevant te houden. "Dankzij een enthousiast team lukt dat ook heel goed en dankzij onze stagiaires en afstudeerders kunnen we de band verder versterken, onder andere door bijvoorbeeld in het tweede studiejaar al projectopdrachten uit het bedrijfsleven te krijgen. Zowel onze studenten als de bedrijven zijn hier enthousiast over." Ook is in 2011 de associate degree-opleiding Systeemspecialist Automotive in het leven geroepen. Dit is een opleiding voor personeelsleden die nu in mbo-functies werkzaam zijn. De associate degree kan als opstap worden gezien naar een vervolgopleiding op hbo-niveau en uiteindelijk naar een bachelorgraad. "Veel mbo’ers die nu bij een garagebedrijf werken ervaren dat hun huidige opleiding te kort schiet. Daarnaast zijn ze op zoek naar doorgroeimogelijkheden. De belangstelling om in deeltijd de opstap naar systeemspecialist te maken groeit hierdoor, maar het aantal aanmeldingen blijft nog achter omdat de kosten vaak voor eigen rekening komen."

 

Bert Klink is niet alleen coördinator deeltijdopleidingen maar ook coördinator doorstroom. In die laatste hoedanigheid biedt hij samen met zijn collega’s vmbo-t leerlingen een versneld mbo-hbo traject aan om ze in 6 jaar tijd klaar te stomen voor een bachelordiploma. ‘De doorstroom is opgezet om meer studenten te interesseren voor een technische hbo-opleiding met het doel een passende baan in de automotive branche te vinden. Dit jaar hebben we de eerste afstudeerders.’

 

 

‘Fabrikanten lijken soms overweldigd door opkomst ict ‘

 

Rens Braat is manager after sales service en oud-student van de HAN Automotive, toen nog de HTS Autotechniek in Apeldoorn. De technicus studeerde in 1985 af en volgde later een opleiding hogere bedrijfskunde. Sinds 2008 bekleedt hij zijn huidige functie bij Louwman & Parqui  waar hij een team medewerkers aanstuurt ter ondersteuning van het dealernetwerk.

 

De studie ligt al geruime tijd achter hem, maar de banden met de HAN Automotive zijn nog springlevend, zegt Braat. Dat is opmerkelijk want de meeste studenten in andere sectoren hebben na het verlaten van hun opleiding geen contact meer met de school. "Het technische automotive wereldje is klein. Oud-studenten en docenten komen elkaar in hun werk weer tegen waardoor een andere vorm van samenwerking kan ontstaan. Zelf heb ik een uitstekende relatie met HAN Automotive, we weten dat we bij elkaar kunnen aankloppen."

 

Onderbouwen

In zijn functie constateert Braat dat de eisen om technische vraagstukken te onderbouwen strenger worden. "Vroeger kon je uit ervaring en autoriteit zeggen waar een probleem zat maar daar heb je nu veel meer kennis en kunde voor nodig. Niet alleen om het probleem op te lossen maar ook om klanten, verzekeraars en leasemaatschappijen te woord te staan. Zij zijn mondiger geworden en beschikken dankzij internet over meer kennis van voertuigtechniek. Het kennisniveau van onze monteurs moet dus wel meegroeien." Het gevolg is dat werkgevers blijvend moeten investeren in het opleidingsniveau van hun werknemers, wat ook weer voor de nodige uitdagingen zorgt. "Alleen al het bepalen van het opleidingsvraagstuk is een opgave op zich. Maar duidelijk is wel dat de focus in de toekomst steeds meer op ict gaat liggen.’

 

Interpreteren

De opkomst van ict gaat zó snel, het lijkt er soms op dat autofabrikanten erdoor overweldigd worden, bemerkt Braat. Niet voor niets werken er op zijn afdeling inmiddels drie  HTS’ers en is er een in opleiding (Richard van der Kaa, red). Kennis van autotechniek draait volgens Braat echter niet alleen om ict maar vooral om het interpreteren van storingsmeldingen. Hij denkt dan ook niet dat er snel plek is voor honderd procent ict’ers in de werkplaats. "Je moet de auto als complex geheel zien van hardware en software. Wat betekent een foutmelding voor het voertuig als geheel? Het juist beantwoorden van deze vraag kan alleen met gedegen kennis van hard- én software. Het is de kerntaak van de moderne monteur. Maar ook een taak die met de opkomst van telematica en de connected car alsmaar complexer wordt." 

 

 

‘Kloof dreigt tussen techniek en kennisniveau monteur’

 

Richard van der Kaa is engineer bij het High Tech Centre van Toyota en Lexus-importeur Louwman & Parqui en studeert in deeltijd aan de HAN. "De technische veranderingen gaan zo snel dat er een kloof dreigt te ontstaan tussen de autotechniek en het kennisniveau van de monteur. Wil je dat voorkomen, dan moet je constant bijscholen."

 

In zijn functie als engineer ondersteunt Van der Kaa dealers bij het stellen van diagnoses en het repareren van auto’s die in de werkplaats van de dealer belanden. De 45-jarige engineer is daarnaast derdejaars deeltijdstudent aan de HAN Automotive, waar hij de bachelor-opleiding Automotive Services volgt.

 

Interactie

Concreet richt Automotive Services zich de eerste twee jaar op autotechniek, waarbij studenten echt de diepte ingaan en de handen vuil maken. De laatste twee jaar is er meer aandacht voor management in de vorm van logistiek en marketing. "Dat was wat mij aantrok in deze opleiding. Het is niet alleen om mijn huidige functie beter te kunnen uitvoeren, maar ook om te kunnen doorgroeien." De leerstof van de HAN wordt gekenmerkt door een hoge mate van praktische toepasbaarheid . "Behalve dat ik alles direct in de praktijk kan brengen, geldt ook, zeker voor de deeltijdopleidingen, dat er heel veel interactie is tussen docenten en studenten over praktijkvoorbeelden."

 

Minor

Buiten zijn fulltime baan studeert Van der Kaa nu twintig uur in de week, waarvan twaalf uur zelfstudie en acht contacturen. Het is overigens niet de eerste opleiding van de gedreven techneut, want in 2010 en 2011 volgde hij ook al twee opleidingen in auto-elektronica. Na afronding hiervan wilde hij graag doorstuderen en zijn werkgever stemde erin toe dat Van der Kaa de volledige bachelor-opleiding Automotive Services zou volgen. Hij is zeer te spreken over de kwaliteit ervan. "De lesstof past precies in mijn straatje en ik heb het idee dat er goed naar ons wordt geluisterd. Punten die tijdens de contacturen naar boven komen, worden direct meegenomen. Er wordt dus constant gesleuteld aan het verbeteren van de opleiding. Aan de andere kant stelt mijn werkgever mij in staat om projecten uit de praktijk als studiemateriaal te gebruiken, zodat ook zij profiteren van een gedegen uitgevoerd project." In september volgt Van der Kaa nog een minor en in 2016 is het de bedoeling dat hij afstudeert. "Waarschijnlijk doe ik dat gewoon aan mijn eigen werkplek."