BUNNIK – Het recent opgerichte Bodemcentrum gaat bedrijven assisteren bij een effectieve en efficiënte uitvoering van bodemsanering. Op deze manier hoopt het georganiseerde bedrijfsleven in samenwerking met de overheid de sanering van vervuilde grond te stimuleren. Onder andere Bovag, Metaalunie, MKB-Nederland en Rabobank Nederland participeren in de organisatie. Het doel is voor 2030 de bodem van twaalf- tot vijftienduizend bedrijfsterreinen te saneren. De totale kosten zouden twee miljard bedragen. Het Bodemcentrum gaat een totaaloplossing bieden aan bedrijven met een verontreinigde bodem. Hoofd milieudienst van Bovag, Tineke Weide, schat dat in de autosector tien tot twintig procent van de bedrijven met een vervuilde bodem moet gaan saneren. Volgens haar biedt het Bodemcentrum een totaaloplossing die bestaat uit de uitvoering van de bodemsanering, de nazorg, de financiële afwikkeling en de dienstverlening van het Bodemcentrum zelf. De hulp bestaat uit de beoordeling van de saneringsnoodzaak en de aanpak en een kwalitatief goede en goedkope uitvoering, afstemming met de overheid, de financiering van de operatie en verzekering tegen kostenoverschrijdingen. Daarnaast regelt het Bodemcentrum de eventuele subsidiëring van projecten inclusief de draagkrachtondersteuning. Weide schat dat tien tot twintig procent van de bedrijven voor subsidie in aanmerking komt. Wat haar betreft te weinig: “Met de huidige subsidieregeling vallen veel bedrijven buiten de boot. We dringen aan op versoepeling van de voorwaarden.”Bedrijven kunnen het saneringstraject geheel aan deze organisatie uitbesteden. Deze uitbesteding biedt voordelen. Weide vindt dat het Bodemcentrum risico’s en onzekerheden wegneemt: “We denken daarbij aan kostenoverschrijdingen en de afstemming van de procedures met overheidsinstanties.” Daarnaast zou het Bodemcentrum kosten- en kwaliteitsvoordelen bieden. Saneringspartners en andere dienstverleners doen zaken met ervaren gesprekspartners. Daarnaast levert de collectieve inkoop van diensten van saneerders voordeel op. Weide: “Ik vind dit een goed initiatief en hoop op een doorbraak. Er bestaan immers nog veel ondernemers die niet willen weten welke rotzooi zich onder hun terrein bevindt.” (GS)