Een Volvo wordt namelijk gereden door maar liefst vijftien procent van de toppers in bedrijfsleven, politiek, onderwijs, wetenschap, vakbeweging en cultuur. Op korte afstand volgen BMW, Audi, Peugeot en Mercedes. Dat blijkt uit een onderzoek van onderzoeksbureau TNS Nipo in opdracht van de Volkskrant. TNS Nipo ondervroeg vierhonderd invloedrijke Nederlanders, van topondernemers tot wetenschappers en van senatoren tot cultuurpausen. De enquête geeft voor het eerst in bijna veertig jaar een beeld van de hedendaagse vaderlandse elite. De ‘bovenlaag’ van Nederland is man, blank, religieus opgevoed, universitair afgestudeerd en corpslid, werkzaam (geweest) bij bedrijfsleven of overheid, actief in tien bijbanen en geboren in het babyboomjaar bij uitstek, 1946, aldus de Volkskrant. En die doorsnee vertegenwoordiger van de bestuurlijke elite van Nederland rijdt dus Volvo. De chique merken als Bentley en Ferrari worden niet genoemd. Wel rijden twee respondenten een Jaguar. In de sector van het bedrijfsleven zijn BMW en Audi favoriet, met elk negentien procent, gevolgd door Volvo en Mercedes. Bij de overheid staat Volvo weer op kop, samen met Peugeot (elk vijftien procent). Daarna komen BMW, Saab en Renault. PvdA’ers hebben iets tegen Duitse merken, schrijft de Volkskrant: ze kiezen Volvo, Renault en Peugeot. CDA’ers rijden juist Audi, BMW en Mercedes. En VVD’ers BMW, Volvo en Audi. De vrouwen binnen de elite kiezen Franse merken.