Blijkens een uitspraak van de Arnhemse rechtbank staat de methodiek haaks op Europese wetgeving. Daarmee haalt de Belastingdienst voor de tweede keer in anderhalf jaar tijd bakzeil op het gebied van bpm en parallelle import.

In juli 2009 bepaalde de Hoge Raad dat bij de berekening van rest-BPM bij import de handelsprijs mocht dienen als uitgangspunt in plaats van de verkoopprijs. In reactie daarop riep de Belastingdienst in het voorjaar van 2010 een nieuwe rekenmethode in het leven, om zo de (hoge) BPM-inkomsten te kunnen handhaven. Moest eerst de verhouding bepaald worden tussen de handelswaarde en de nieuwwaarde, vanaf juni 2010 werd dit de verhouding tussen handelswaarde en inkoopwaarde nieuw. Door de nieuwe formule (Consumentenprijs -/- € 500) x 0.88) steeg het aandeel tabelaangiftes t.o.v. koerslijstaangiftes aanzienlijk.

Ook ditmaal hield de rekenmethode niet lang stand. Volgens de rechtbank is zij in strijd met Europese wetgeving. Voorlopig blijft het regime echter van kracht, omdat de Belastingdienst nog in beroep kan gaan. Gebruikers van het taxatiesysteem XRAY krijgen daarom het advies de aangiftes te blijven doen volgens de nu door de rechter gekraakte methode en direct bezwaar te maken tegen de hoogte van de aanslag. Dat laatst is nodig, wil een autobedrijf later aanspraak kunnen maken op restitutie van te veel betaalde BPM.

Klik hier voor de volledige uitspraak.