Even terug in de geschiedenis. De Nederlandse DAF moest het doen met een tien, elf miljoen personen en een pienter pookje. Twee dodelijke argumenten. De andere landen met uitzondering van autofabricerend Engeland hebben het tot op de dag van vandaag weten te redden.

Je zou kunnen zeggen dat chauvinisme de kurk is waar een automobielfabrikant op drijft. De mondialisering laat echter langzamerhand zijn sporen ook na in de eerder genoemde landen. In ieder geval in Italië waar ik onlangs een paar weken op vakantie was.

Tijdens mijn vakantie op de grens van Umbrië en Toscane zaten we in een dorpje van 72 inwoners. Met onze zeven personen brachten we het totale inwonertal onmiddellijk met tien procent omhoog. Het dorpje lag aan een B-weggetje dat ons na ongeveer 25 kilometer, slingerend en wel naar een stadje bracht. Aan het weggetje lagen om de drie, vier kilometer meerdere van die superkleine dorpjes.

Bijna iedere auto die wij zagen had het Fiat-logo op de neus. Natuurlijk is dit niet representatief, maar de Fiat Punto is op het Toscaanse platteland de grote winnaar. Sterker nog, een kleine dertig procent van het huidige wagenpark in Italië is van de Fiat-merken, nog steeds een heel acceptabel percentage.

Ik vond het dan ook opmerkelijk dat we praktisch geen enkele Alfa in beeld kregen. Los van het feit dat de Alfa-lijn heel lang niet vernieuwd is reden er eigenlijk ook geen oudere modellen rond. De Lancia Ypsilon daarentegen had nog wel wat in de melk te brokkelen, en naast een verdwaalde Duitse auto bleef het Italiaans wat de klok sloeg. Of het moest die enkele Jeep zijn die de heuvels trotseerde. Maar ja dankzij de Canadese Italiaan Marchionne mag je dat met enig fatsoen toch ook een Italiaan gaan noemen.
Traditie viert in ieder geval in het Italiaanse achterland nog hoogtij. Maar is er geen mondiale trek naar de steden aan de gang?