H., hoofdverdachte in de zogenaamde zaak Dotterbloem, maakte reisjes op uitnodiging van autobedrijven, leaste privé-auto’s onder de marktprijs en kreeg ook gratis tankpassen. Een voormalig manager van Pon kreeg een taakstraf van 40 uur omdat hij ambtenaren had omgekocht om toch vooral auto’s te kopen van zijn baas, Pon’s Automobielbedrijf. Een andere verdachte, René P. die het wagenpark beheerde van de politie, kreeg 150 uur taakstraf wegens het aannemen van giften en doorspelen van vertrouwelijke informatie aan Pon waarmee hij zijn ambtsgeheim schond. Verder kregen nog twee oud politiemensen en twee voormalige ambtenaren van defensie elk een taakstraf van 40 uur wegens hun rol in de omkoopzaak. De rechtbank sprak een vijftal andere verdachten vrij.

Volgens de rechtbank dienen ambtenaren ‘elke integriteitsrisico te mijden’. "Wanneer de autobranche weet dat je ambtenaar bent, mag je als ambtenaar geen persoonlijk voordeel bedingen", aldus de rechtbank. "Bij auto-aankopen en -verkopen ga je een grens over wanneer je zinspeelt op je rol als ambtenaar. Je behoort te weten dat je die grens niet mag overschrijden.

De omkoopaffaire speelde zich af tussen 2001 en 2011. Peugeot en Renault hebben destijds strafvervolging afgekocht met elk twee miljoen euro terwijl Pon 12 miljoen euro moest betalen.