Uit onderzoek van KPMG, in opdracht van RAI Vereniging en Bovag, blijkt dat de autokoper vanaf volgend jaar structureel 200 miljoen euro te veel aan BPM betaalt, omdat de nieuwe CO2-test niet budgetneutraal wordt ingevoerd. Daarbij worden kleinere auto’s relatief het hardst geraakt. Daarnaast vloeit er in de huidige overgangsperiode tot medio 2020 ruim 600 miljoen euro aan BPM te veel naar de schatkist, aldus de beide brancheverenigingen. Deze conclusies staan haaks op de toezegging van voormalig staatssecretaris Wiebes en ook van dit Kabinet dat de overgang budgetneutraal moet plaatsvinden. Kortom: voor identieke auto’s moet de belastingdruk vóór en ná invoering van de nieuwe meetmethode gelijk zijn. Het betreft immers dezelfde auto. De staatssecretaris beweert echter bij hoog en laag dat de overgang naar de nieuwe test niet tot een hogere BPM heeft geleid en wijt de toegenomen inkomsten aan de gestegen verkoop van grotere en zwaardere auto’s, zoals SUV’s. Hij baseert zijn conclusies op een eerder onderzoek van TNO naar de WLTP dat hij heeft laten uitvoeren. Het KPMG onderzoek weerlegt de conclusies van Snel en toont aan dat van een significant hoger gewicht geen sprake is.

Miljarden euro’s op lange termijn

Tijdens het Belastingplandebat bleek dat diverse Tweede Kamerfracties mede door de uitkomsten van het KPMG-rapport de uitleg en conclusies van de staatssecretaris in twijfel trokken. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de uiteenlopende conclusies van TNO en KPMG, eist de Kamer nu dat Snel onafhankelijk laat toetsen of er sprake is van een BPM-stijging. Hierbij wil de Kamer weten of de overgang en uiteindelijke invoering van de nieuwe WLTP-emissietest inderdaad budgetneutraal plaatsvindt. Dit onderzoek moet voor de zomer van de 2020 zijn afgerond. Het gaat hier op de lange termijn over miljarden euro’s aan extra BPM die door autokopers moeten worden opgehoest.

RAI Vereniging en Bovag laten in een reactie weten ‘blij te zijn blij met deze stap van de Kamer en het proces nauwgezet te gaan volgen’.