In de eerste plaats wordt voorgesteld om het ‘belastbaar feit’ voor de bpm te vervroegen van de tenaamstelling in het kentekenregister naar de inschrijving in dat register. Hoewel momenteel het uitgangspunt is dat inschrijving en tenaamstelling gelijktijdig plaatsvinden, kunnen tussen het moment van inschrijving en dat van de tenaamstelling enkele dagen, weken of (soms) maanden zitten. Dat leidt volgens de regering tot een onwenselijk en juridisch complicerend tijdsverloop met betrekking tot de heffing van de bpm. “Enerzijds moet als hoofdregel namelijk de betaling en aangifte worden gedaan voordat het motorrijtuig is ingeschreven in het kentekenregister. Anderzijds is voor de hoogte van de heffing van de verschuldigde bpm de staat van het motorrijtuig bepalend ten tijde van de tenaamstelling.’’

Daarom wordt straks het afschrijvingspercentage van een gebruikt motorrijtuig – die mede de grondslag van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm) bij gebruikte motorrijtuigen bepaalt – vastgesteld op basis van de toestand van het gebruikte motorrijtuig op het moment van het onderzoek naar de identiteit van het motorrijtuig door de RDW voor de inschrijving. “Voor de heffing van bpm op gebruikte motorrijtuigen is het daarbij van belang nauwkeurig te bepalen op welk moment het afschrijvingspercentage van het motorrijtuig wordt bepaald. Er wordt voorgesteld dat moment te bepalen op het moment dat op grond van de Wegenverkeerswet 1994 onderzoek wordt gedaan naar de identiteit van het voertuig in het kader van de aanvraag om inschrijving in het kentekenregister,’’ omschrijft het belastingplan. 

Bedrijfsvoorraad

Het voorstel leidt volgens het kabinet tot een gelijke fiscale behandeling tussen binnenlandse handel en importhandel. Het importeren van gebruikte motorrijtuigen is op dit moment fiscaal gunstiger dan inkoop op de binnenlandse markt. Bij inkoop op de binnenlandse markt betaalt de koper een prijs inclusief de nog op het motorrijtuig drukkende bpm. De bpm is in de inkoopprijs verdisconteerd. De ondernemer die echter hetzelfde motorrijtuig uit het buitenland importeert, is pas bpm verschuldigd als het motorrijtuig wordt verkocht aan de klant (op naam wordt gesteld van de klant). De tijd dat het motorrijtuig bij de importhandelaar in de bedrijfsvoorraad staat, wordt het motorrijtuig ouder en er ontstaat dan recht op extra leeftijdskorting voor de bpm. Bij tenaamstelling na import is daardoor minder bpm verschuldigd dan de bpm die op hetzelfde motorrijtuig in de inkoopprijs is vervat op de binnenlandse markt. Deze ongelijkheid wordt zo veel mogelijk rechtgetrokken doordat het belastbaar feit de inschrijving in het kentekenregister wordt en de grondslag bij gebruikte motorrijtuigen wordt bepaald op het moment van het onderzoek naar de inschrijving door de RDW.