‘De onbelaste vergoeding van 0,19 euro wordt vaak gebruikt als maatstaf. Deze onbelaste kilometervergoeding is sowieso te laag en de laatste 14 jaar niet meer geïndexeerd’. Naast de variabele kosten (het daadwerkelijke gebruik van de privéauto voor de gemaakte kilometers), houdt VZR in haar eigen normberekening rekening met een beschikbaarheidsvergoeding. ‘De werknemer heeft de privéauto immers beschikbaar voor zakelijke ritten en houdt hier bijvoorbeeld ook al rekening mee met de aanschaf van de auto. Deze beschikbaarheidsvergoeding bedraagt 50 procent van de vaste kilometerkostprijs’.

Drie categorieën

VZR presenteert naar eigen zeggen ‘een heldere norm op basis van de catalogusprijs van de auto in drie categorieën’. Tot een cataloguswaarde van 20.000 euro levert dit een kilometervergoeding op van 0,24 euro. Van 20.000 tot 40.000 euro een vergoeding van 0,37 euro en boven 40.000 euro van 0,49 euro. Jan van Delft, voorzitter van VZR. “We zien een toename van het aantal werknemers dat zakelijke kilometers maakt in de privéauto en we willen nu eindelijk eens een realistische vergoeding voor deze groep. Deze norm geeft zowel werkgevers als werknemers houvast.”