De versnellingsbak met dubbele koppeling is een uitvinding van Porsche, die het als eerste in de racerij toepaste aan het begin van de jaren tachtig. Voor serieproductie werd het toen niet geschikt geacht; dat duurde tot 2003 toen Audi, de premiumdochter van Volkswagen die vaak de primeur heeft met de introductie van nieuwe technieken, ermee op de markt kwam in de TT.

Successievelijk is de versnellingsbak met dubbele koppeling in bijna het hele gamma van nagenoeg alle Volkswagen merken ingevoerd en dat maakt dat er nu dus al 3,5 miljoen exemplaren zijn geproduceerd. Bijna 3,4 miljoen stuks rolden in het Duitse Kassel van de band en in Dailan (China) zijn inmiddels 150.000 stuks vervaardigd. In ons land rijden 60.000 auto’s van de Volkswagen merken rond met een DSG transmissie.

Het principe van de DSG bak wordt inmiddels door steeds meer merken toegepast. Zo’n transmissie telt zes of zeven verzetten met één koppeling voor de even versnellingen en één voor de oneven versnellingen. Als de bestuurder wegrijdt, zijn er al direct twee versnellingen ingeschakeld (de eerste en de tweede) maar is alleen de koppeling van de eerste versnelling in aangrijping. Het wisselen van verzet gebeurt door het ontkoppelen van de ene koppeling en het tegelijkertijd laten aangrijpen van de andere en dat kan dus zonder onderbreking van de trekkracht gebeuren. Direct daarna selecteert de bak een volgende versnelling voor als het accelereren doorgaat. Remt de bestuurder af, dan wordt een lagere versnelling voorgeselecteerd. Een versnellingsbak met dubbele koppeling werkt bijna net zo soepel als een gewone automaat, maar kent geen slipverliezen in de koppelomvormer. Omdat de elektronica zorgt voor snel opschakelen, is zo’n transmissie in de praktijk daardoor vaak zuiniger dan een handgeschakelde versnellingsbak.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding