Volgens de berekeningen van Brussel werden auto’s in ons land ‘in werkelijke termen’ 3,7 procent goedkoper: 1,7 procent prijsdaling en daar bovenop 2,0 procent inflatie. Duitsland komt volgens die rekensom uit op 1,9 procent goedkopere auto’s, België zit op drie procent. Autokopers zijn het beste af in Slowakije of Slovenië waar de auto’s meer dan tien procent goedkoper werden en bovendien een relatief hoge inflatie heerst.
Brussel rekent elk jaar voor een reeks gangbare modellen ook uit hoe groot het verschil is tussen het duurste en het goedkoopste EU-land. Dat kan voor veel auto’s fors oplopen, tot boven de veertig en in één geval zelfs vijftig procent. Die uitschieters zijn allebei Renaults:  de Clio is in Portugal 45 procent duurder dan in Slowakije terwijl de Mégane in Frankrijk zelf zelfs 55 procent meer moet kosten dan in dat Oosteuropese land. Ook het Franse zusje Peugeot scoort hoog met prijsverschillen van bijna 33 procent voor de 207 en iets minder voor de 308. Voor die goedkope 207 moet je dan echter wel naar Malta terwijl de hoogste prijs in België wordt gehanteerd. Bij een Ford Focus of een VW Polo is het duurste land ruim een kwart duurder dan het goedkoopste waarbij voor beide modellen Oostenrijk het duurste is.
In dit overzicht zit ons land opmerkelijk vaak bij de goedkoopste autolanden. Zo berekent de EU dat een Citroen C3 of Citroen C4 Picasso bij ons het laagste prijskaartje hebben terwijl we ook bij onder meer de Renault Twingo, een Kia Soul of Venga en de Lancia’s Musa en Delta onderaan het prijslijstje bungelen.

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding