PSA profiteerde van de samenwerking met Chinese Dongfeng Motor. De alliantie met dit Chinese bedrijf moest een impuls geven aan de verkopen buiten Europa, waar de automarkt in de zes jaren tot en met 2013 sterk kromp. PSA verkocht in het derde kwartaal wereldwijd 644 duizend auto’s, wat 5,4 procent meer was dan in dezelfde periode van 2013. De groei is grotendeels te danken aan een afzetstijging van 44 procent in China en Zuidoost-Azië. In Europa nam de verkoop met zeven procent toe. Met name Peugeot zat in de lift dankzij de populariteit van de nieuwe 308. PSA rekent in Europa nu op een groei van vier tot vijf procent, waar eerder een stijging van drie procent werd voorzien.

In Latijns-Amerika en in Rusland daalden de verkopen van PSA opnieuw. De Russische economie is stilgevallen als gevolg van het conflict in Oekraïne en de sancties die het Westen daarop instelde. In Latijns-Amerika verkeert Brazilië, de grootste economie in de regio, in een recessie. De samenwerking met Dongfeng, die begin dit jaar bij PSA instapte als geldschieter, bezorgde de Franse autobouwer in de eerste helft van dit jaar de eerste winst in drie jaar tijd. Bestuursvoorzitter Carlos Tavares zegt "zeer teleurgesteld" te zijn als het bedrijf er dit jaar niet in slaagt om een positieve kasstroom te realiseren. Daarmee zou het bedrijf een jaar voor op schema liggen met de doelstelling om de ontvangsten de uitgaven te laten overstijgen.
Dat PSA het beter doet dan verwacht, is onder andere aan de C4 Cactus te danken. Dit nieuwe Citroën model is zelfs zó gewild dat de autofabrikant de productie gaat opschroeven om aan de vraag te kunnen voldoen. Het personeel van de fabriek in het Spaanse Villaverde (nabij Madrid) gaat daarom meer diensten draaien. In de maand november gaan ze niet alleen doordeweeks aan het werk, maar ook op vier zaterdagen. José Carlos Robredo, de directeur van de fabriek, laat weten dat de C4 Cactus een groot succes is en dat de dag-output in Villaverde daarom de komende tijd met twintig procent zal worden verhoogd.
De productiefaciliteit (die maximaal tweehonderdduizend auto’s per jaar kan maken) stond twee jaar geleden nog op de nominatie voor sluiting, maar werd uiteindelijk toch door PSA opengehouden, zij het met meer dan duizend medewerkers minder. Met de C4 Cactus bewijst Citroën dat creativiteit beloond wordt. In Nederland heeft het model ook al behoorlijk voet aan de grond weten te krijgen: in de twee maanden dat de auto hier nu verkrijgbaar is, zijn er al 524 stuks verkocht.  

PSA zal, wanneer men terugkeert op de Amerikaanse markt, dat met het label DS gaan doen. Volgens Yves Bonnefont, de ceo van het nieuwe merk, is er nog geen besluit genomen, maar wordt er serieus naar gekeken. PSA was tot 1991 op de Noord-Amerikaanse markt actief met het merk Peugeot. De 405, waarmee men toen een rentree probeerde te maken, was echter allesbehalve succesvol in de Verenigde Staten, waardoor het avontuur voortijdig werd beëindigd. Onverkochte exemplaren van de Peugeot werden toen voor dumpprijzen in Nederland aangeboden.

Bonnefont bevestigt dat DS een mondiaal premiummerk moet worden en daar hoort verkoop op de Noord-Amerikaanse markt bij. De ceo streeft naar aanwezigheid in tweehonderd grote steden wereldwijd, waarvan twintig in de Verenigde Staten. DS krijgt in Europa echter geen eigen dealers. Wel zullen er voor onze marktregio zogeheten DS Salons ontwikkeld worden. Daar gaan de Fransen geen auto’s maar wel andere producten verkopen en informatie verschaffen. De DS Salons worden in bestaande Citroën showrooms gebouwd, maar zullen in de praktijk zelfstandig functioneren met speciaal getraind personeel. De DS Corners, die we nu al kennen van de Citroën dealers, blijven ook bestaan.

PSA heeft op dit moment echter nog geen modellen die ook in de Verenigde Staten de weg op mogen. De huidige types voldoen niet aan de homologatie-eisen. Tijdens de ontwikkeling van een nieuwe generatie DS-modellen zal daar wel rekening mee worden gehouden. De Amerikanen zullen echter tot minimaal 2020 geduld moeten hebben voordat zij weer een auto van Franse makelij kunnen kopen.

DS, dat sinds enkele maanden als zelfstandig merk binnen het PSA-concern wordt gepositioneerd, levert momenteel zijn modellen in Europa, Zuid-Amerika, Azië en Australië. Sinds de lancering van het eerste type, de DS3, zijn er wereldwijd meer dan een half miljoen stuks verkocht. Het merk breidt de komende jaren het leveringsprogramma uit tot zes modellen. Een deel daarvan is exclusief bestemd voor China (PSA voert in dit land reeds de DS5 LS en de DS6 WR) en zal dus niet in Europa op de markt verschijnen. De conceptstudie Divine zal niet in productie worden genomen maar stylingelementen zouden we terug kunnen zien bij de volgende generatie DS3. Verder wordt er gewerkt aan een voor Franse begrippen dure cross-over, waarmee men de Audi Q5 wil gaan beconcurreren. Alle toekomstige modellen krijgen een sportieve versie. Dit betekent dat de uitbundige DS3 Racing een opvolger gaat krijgen.

Volgend jaar zal de inmiddels drie jaar oude DS5 een facelift ondergaan. Daarbij zal met name de voorkant worden bijgepunt. In de nieuwe grille maakt het Citroën logo plaats voor het DS logo. Dit past in de nieuwe strategie van PSA om de modellen van DS los te weken van Citroën en om het label om te vormen tot zelfstandig premiummerk. PSA zal de bijgepunte DS5 in maart 2015 op de salon van Genève presenteren.

Of de oversteek naar Noord-Amerika daadwerkelijk gemaakt wordt, zal volgens Bonnefont op zijn vroegst in 2017 worden besloten. Wellicht is het verstandig dat PSA er nog een nachtje over slaapt, want de kans op wederom een echec à la Peugeot in 1991 is levensgroot. Amerikanen hebben namelijk, anders dan bij Italiaanse of Britse auto’s, geen nostalgische gevoelens bij Franse vierwielers. Vooral omdat zij onvoldoende bekend zijn met de charmante chique. En voor zover de oudere generatie autoconsumenten Franse auto’s nog wel kennen, worden ze geassocieerd met roest en onbetrouwbaarheid. Dat is bij Italiaanse of Britse producten misschien niet anders maar die kunnen dit compenseren met hun sportprestaties of iconische merkhistorie. Europeanen hebben wel een zwak voor Franse eigenwijsheid (die ook bij de Divine tot uiting komt) maar voor Amerikanen staat deze karaktertrek op gespannen voet met de door hun geëiste klantvriendelijkheid en dienstbaarheid die premiumlabels als Lexus wel leveren.  

Gelet op de beladen geschiedenis van de verkoop van Franse auto’s in de Verenigde Staten, is er wat voor de zeggen om het over een compleet andere boeg te gooien. Zoals de landgenoot van PSA, Renault, gaat doen. Die brandt zijn vingers niet aan Amerikaanse verkoop van haar nieuwe generatie middenklassers (de opvolgers van de Fluence en de Laguna/Latitude) maar heeft de distributierechten in de Verenigde Staten overgedaan aan Mitsubishi. Zelf gooit Renault het over een andere boeg: de introductie van Dacia op de Amerikaanse markt. Dat merk weet als geen ander value for money te bieden en daar is men in de Verenigde Staten dol op. Renault laat dus de druk beviste premiumvijver voor wat die is. Waarom volgt PSA dit voorbeeld niet? Nu de C4 Cactus bij ons een groot succes is, moet dit cross-overachtige model toch ook Amerikaanse harten kunnen veroveren? (Toralt Deinum, Autointernationaal)

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding