Door de scherpe daling van de koers van het Pond, zowel tegenover de dollar als de euro, kunnen auto’s op de Britse markt zelf duurder worden maar zou ook de winstmarge van dealers omhoog kunnen gaan. Aan de andere kant is de kans groot dat in Britse fabrieken gebouwde auto’s op de Europese markt juist een stuk goedkoper gaan worden.

Voor de lagere koers van het Pond moeten de in Groot-Brittannië gevestigde autofabrikanten meer betalen voor hun grondstoffen. Ook onderdelen en dergelijke die uit het buitenland worden aangevoerd zijn duurder geworden. Dat alles kan er toe leiden dat nieuwe auto’s op de Britse markt zelf in prijs omhoog gaan. Verder worden Britse dealers vermoedelijk minder aangezet om nieuwe auto’s alvast op kenteken te zetten – de pre-registration -, een wijdverbreide gewoonte in de autowereld aan de andere kant van de Noordzee. Omdat dealers weinig winst maken als ze dergelijke auto’s uiteindelijk verkopen, zou de winstmarge voor die dealers uiteindelijk toch hoger uit kunnen vallen.

Op den duur kunnen die hogere kosten er toe leiden dat grote merken hun productie geheel of gedeeltelijk uit Groot-Brittannië weghalen maar daar zijn tot nu toe nog geen signalen over te bespeuren. Arnaud Deboeuf, een directeur bij de Renault-Nissan Alliance, heeft juist tegenover de Financial Times verklaard dat de Nissan-fabriek in Sunderland, de grootste autofabriek van het land, voorlopig geen gevaar loopt.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding