Volvo heeft in de zes jaar na de overname door Geely goede zaken gedaan. Dat blijkt ook weer uit het laatste kwartaalrapport. In de eerste drie kwartalen van dit jaar boekte Volvo een operationele winst van bijna 800 miljoen euro, een goede 100 miljoen meer dan een jaar eerder. In het derde kwartaal draaiden de Zweden een operationele marge van 5 procent, nog niet al te hoog voor een internationaal autobedrijf maar wel een stuk beter dan de 3,5 procent van een jaar eerder. Volvo verkocht over negen maanden gezien 122.766 nieuwe personenauto’s, bijna acht procent meer. In China, om dat meteen maar even te noemen, werden ruim 12 procent meer auto’s verkocht. China is nu goed voor één op de acht verkochte Volvo’s, een percentage dat bijvoorbeeld bij Audi al wel een stuk hoger ligt.

Bovendien weet Volvo goed mee te draaien in de nieuwe ontwikkelingen in de autowereld. In Gothenburg rijden al enige tijd enkele tientallen Volvo’s zo autonoom mogelijk rond terwijl Volvo er ook als eerste bij was om een samenwerking aan te gaan met Uber, de snel groeiende taxi-onderneming. Vorige week nog kondigden de Zweden ook een opmerkelijke nieuwe service aan: een nieuwe Volvo komt voortaan met de diensten van een heuse conciërge. Weliswaar eerst op proef in Los Angeles maar de bedoeling is uiteraard om dat verder over de wereld te verspreiden.

Het toch wel meest intrigerende persbericht tussen al die media-onthullingen was de aankondiging van begin deze maand dat Volvo intensief gaat samenwerken met haar Chinese moederbedrijf, ook bij de productie van nieuwe auto’s. Natuurlijk is overal bekend dat Geely eigenaar is van Volvo maar die ‘moeder’ bleef tot nu toe opmerkelijk op de achtergrond. Nu is Li Shufu echter kennelijk van mening dat de tijd rijp is om zijn bedrijven daadwerkelijk onder één paraplu onder te brengen. Dat geldt dan zowel voor Volvo en Geely als voor z’n nieuwste creatie: de Chinese fabrikant van wat luxere auto’s Lynk & Co.

De nauwe samenwerking is buiten de fabrieksvloer en dus buiten de schijnwerpers al een tijdje aan de gang. Volvo en Geely werken al drie jaar aan een gezamenlijk platform voor hun compactere modellen, aangeduid als Compact Modular Architecture of CMA. CMA gaat ook dienen als ‘onderstel’ voor het eerste model van Lynk, een compacte crossover met als voorlopige codenaam 01 die volgend jaar in China zelf op de markt moet komen. Die Lynk 01 zal worden gebouwd in de huidige Volvo-fabriek in Luqiao waar ook de 40-series van Volvo zelf van de band rolt. Die ‘40′ wordt voor de Europese markt gebouwd in Gent, waarbij de kans groot is dat de Lynk 01 – of wat tegen die tijd de naam zal zijn – voor Europa en mogelijk de VS straks ook in België gefabriceerd zal worden. Verder werkt Volvo momenteel ook aan een assemblagefabriek in het Amerikaanse South-Carolina. Die is in eerste instantie bestemd voor de grote 60- en 90-series die gebaseerd zijn op wat Volvo noemt de Scalable Platform Architecture, maar kan uiteraard ook modellen van de beide zustermerken aan.

De volgende stap gaat ongetwijfeld in de richting van de dealers. Geely heeft bij de introductie van Lynk & Co meegedeeld dat het voor dat merk een eigen dealernetwerk wil instellen op de Europese en Amerikaanse markt. Eigenaren van die auto’s kunnen echter bij een Volvo-dealer in de buurt terecht voor onderhoud en onderdelen. Analisten plaatsen bij die voortgaande integratie wel een kritische noot. Het hoogstaande imago van Volvo kan immers in gevaar komen door het vervlechten met twee Chinese merken, zeker als er weer van alles blijkt te mankeren aan die auto’s uit China. Aan Li de interessante taak om dat te voorkomen en alle drie zijn merken in het juiste segment van de ingewikkelde automarkt te positioneren. (Ruud Peys)