Kijk eens naar de cijfers die naar buiten kwamen. Citroën verkocht in de eerste twee maanden van dit jaar in China 64 procent minder auto’s dan een jaar eerder terwijl zustermerk Peugeot op een min van 38 procent uitkwam. Audi, zwaar getroffen door een conflict met de dealers, kwam over het hele eerste kwartaal bijna een kwart lager uit waardoor de afzet van de hele Volkswagen Groep bijna zeven procent daalde. Volvo deed het nog wel goed met een groei van 20 procent maar dat heeft in Geely dan ook een helpende Chinese moeder. Ook de luxe Duitsers blijven in de smaak vallen want Mercedes-Benz deed het uitstekend met in maart een groei van 30 procent terwijl BMW bijna 15 procent meer auto’s in China wist te verkopen.

De Chinese automarkt is nu al enkele jaren de grootste ter wereld maar blijft moeilijk te bespelen voor Westerse fabrikanten. In de eerste plaats mogen ze er alleen zaken doen met of via een nationale autofabrikant terwijl ook de regels voor dealers en verkooppraktijken nogal beperkend zijn. Bovendien blijkt de automarkt de laatste tijd erg wisselvallig, mede door een reeks overheidsmaatregelen die het koopgedrag van de Chinees danig beïnvloeden. Na een flinke terugval in 2014 en ‘15 zijn de verkopen vorig jaar, tegen de verwachting in, opeens weer 14 procent toegenomen terwijl over de eerste twee maanden van dit jaar een plus van 10 procent uit de bus is gekomen. Met die cijfers lijkt de Chinese automarkt de dubbelcijferige groei van het recente verleden weer stevig te pakken te hebben maar dat zou ook zo weer om kunnen keren.

Dat Westerse en vooral Europese fabrikanten niet van die groei profiteren komt vooral doordat de Chinese automerken zelf een steeds groter deel van de markt naar zich toe weten te trekken. Na jaren auto’s van inferieure kwaliteit geleverd te hebben, hebben Dongfeng, Geely, BYD, SAIC en hun collega’s het kunstje voldoende afgekeken van hun Westerse partners om de koper wel te kunnen verleiden. Hun groei is spectaculair, want samen hebben de Chinese merken inmiddels 45 procent van de markt in handen terwijl dat drie jaar geleden nog maar dertig procent was. Eén van de redenen is dat zij hun eigen land beter kennen en zich vooral concentreren op regio’s waar de economische groei net pas op gang is gekomen en niet op de grote steden waar de automarkt welhaast verzadigd is. Op het zeer uitgestrekte ‘platteland’ weten de Chinezen een uitstekend functionerend netwerk op te zetten terwijl hun Westerse collega’s zich nog steeds voornamelijk op Beijing, Shanghai en de kust concentreren.

Daarbij komt dan nog de vooral in China onstopbare opmars van de SUV. In de eerste twee maanden van dit jaar kwamen die modellen uit op een marktaandeel van liefst 44 procent terwijl dat in Europa 25 procent is. Vooral de Westerse fabrikanten, Peugeot/Citroën voorop, hebben dat niet zien aankomen en bieden nu dan ook niet voldoende van die grotere auto’s in hun gamma. Chinese fabrikanten, met name Great Wall, konden wel snel genoeg op de veranderde consumentenvraag reageren en bieden alle een reeks SUV’s aan. Dat die dankzij de lage loonkosten ook nog eens 30 tot 40 procent goedkoper zijn dan Westerse ‘zusjes’ is ook voor veel Chinese autokopers een extra overtuigend argument.

Bekijk HIER het artikel over de autoshow Shanghai 2017