Invoer uit China bestaat uiteraard al lang, van speelgoed tot elektrische apparaten, maar auto’s blijven daarbij tot nu toe toch veelal buiten beeld. Een enkele Chinese autobouwer heeft het wel eens geprobeerd in Europa maar dat liep steeds op niets uit. Verder haalt Volvo wat auto’s uit China maar dat heeft dan ook een Chinese moeder. Nu echter zet juist het toch typisch Amerikaanse Ford de volgende stap met de aankondiging dat het vanaf 2019 Focussen voor Westerse klanten laat bouwen in China.

Dat Ford zelf er in het tijdperk Trump niet voor uit durft te komen, blijkt wel uit het feit dat het nieuws was verstopt in een persbericht over een nieuwe investering van 900 miljoen dollar in een fabriek in Kentucky. "De volgende generatie van de Focus biedt meer ruimte en zit vol met de technologie die klanten wensen. De productie begint in de tweede helft van 2019 waarbij de modellen uit bestaande Focus-fabrieken in de wereld zullen komen. De meeste auto’s voor Noord-Amerika komen in eerste instantie uit China en daarna ook uit Europa. Dat zal er niet toe leiden dat vaste krachten in de VS hun baan gaan verliezen," aldus de vage verklaring. Volgens vice-president global operations Jim Hinrichs, momenteel de tweede man bij Ford, zal die opzet een miljard dollar aan investeringen besparen dat Ford dan kan besteden aan groeigebieden als SUV’s, commerciële auto’s alsmede mobiliteit, autonome auto’s en elektrische voertuigen.

Letterlijk op dezelfde dag kondigde Peugeot aan dat het een pick-up van de Chinese mede-eigenaar Dongfeng op de markt gaat brengen in Afrika. Peugeot deed de laatste tijd weinig in Afrika maar wil er zo snel mogelijk weer actief worden om te kunnen profiteren van de economische groei. Omdat Peugeot zelf niet zo snel een pick-up beschikbaar heeft, wordt voorlopig een bestaand model van Dongfeng uit China aangevoerd en eerst even snel voorzien van Peugeot-badges. Hoewel de Fransen dat niet zeggen, mag wel worden aangenomen dat Dongfeng er zelf ook een mooie kans in ziet om andere markten te betreden.

Bij Tesla is het voorlopig een wat ander verhaal. Die autofabrikant wil, zoals veel Westerse collega’s, een eigen fabriek bouwen in China maar dat zou voorlopig alleen zijn om de nationale markt te betreden. Tesla betaalt daar nu 25 procent invoerheffing op auto’s uit Fremont, Californië, en kan dat met productie in Shanghai omzeilen. Als zo’n fabriek snel op gang komt, en dat lijkt wel het plan, dan kan Tesla daar echter ook Model 3-auto’s gaan bouwen voor de rest van de wereld om aan de grote vraag te voldoen en de druk niet alleen op Fremont te leggen.

Al die Chinese ontwikkelingen hebben alles te maken met het feit dat de Chinezen de achterstand op kwaliteitsgebied die hen tot nu toe dwars zat hebben ingehaald. Dat komt in de eerste plaats doordat ze inmiddels veel ervaring hebben opgebouwd. China is al enkele jaren de grootste autoproducent ter wereld. Vorig jaar kwamen 28 miljoen van de 99 miljoen wereldwijd gebouwde auto’s uit een Chinese fabriek, meer dan één op de vier dus. Daarbij komt dat China inmiddels vol staat met autofabrieken die vaak onder hun capaciteit draaien, iets waar Peugeot dus van profiteert. Bovendien zijn veel Westerse autobedrijven door hun – verplichte – Chinese partners voortdurend onder druk gezet om de modernste technologie naar China te brengen en over te dragen. Momenteel gebeurt dat met name rond elektrische auto’s waarvan Beijing er graag veel meer op de weg wil hebben. Ford-baas Hinrichs zegt dan ook: "Onze klanten willen vooral kwaliteit en dat is bij China nu geen punt meer." "Dat Ford productie naar China verplaatst toont aan dat onze concurrentiekracht in de maakindustrie voortdurend wordt opgevoerd en dat onze industriële keten voortdurend verbetert," verwoordt Cui Dongshu, secretaris-generaal van de China Passenger Car Association de Chinese gevoelens.