Het management beschrijft de bestaande fabriek als een verouderde wirwar van gangen en loodsen in de dorpskom van de Roeselaarse deelgemeente Beveren. Het gebouw behoorde decennialang tot de West-Vlaamse groep Jonckheere, die in de jaren ’90 verkocht werd aan de Nederlandse VDL Groep.  

Elektrische mobiliteit

VDL wil dat de nieuwe fabriek een moderne, CO2-neutrale vestiging wordt die gespecialiseerd is in elektrische mobiliteit. ‘De huidige fabriek is versleten, maar we moeten de productie van onze elektrische bussen doorgedreven moderniseren’, zegt fabrieksdirecteur Peter Wouters. ‘Anders zullen we weggeconcurreerd worden door bedrijven uit het oosten, zoals gebeurde met de dieselbussen.’
De aankoop van het nieuwe terrein is meteen goed nieuws voor de 600 werknemers in Roeselare. De West-Vlaamse fabriek is immers binnen de VDL Groep uitgeroepen tot kenniscentrum voor elektrische mobiliteit. Dat neemt niet weg dat de cijfers van de voorbije jaren wel zorgen baren, er werd immers verlies geleden. Wel steeg de vraag naar e-bussen, waardoor de omzet vorig jaar met 20 procent steeg, tot 117 miljoen euro.

‘Dit is een teken van vertrouwen’, besluit Wouters. ‘De eigenaars konden de fabriek evengoed in Nederland bouwen, maar tonen hiermee hun erkenning voor het vakmanschap in Roeselare.’

VDL Bus en Van Hool in Koningshooikt zijn de enige twee busconstructeurs die België nog telt. Van Hool produceert ook heel wat bussen in Macedonië en bouwt een nieuwe fabriek in Tennessee (Verenigde Staten).