De operationele marge daalde daardoor bij Volvo Cars van 6,4 naar 4,6 procent. Met 161.320 exemplaren werden wel bijna tien procent meer auto’s verkocht dan een jaar eerder.

Volvo Cars wijt de winstdaling vooral aan de prijzenoorlog, met name in China, en aan hogere kosten vanwege de handelsoorlog en de daaruit voortkomende exportheffingen. Daarnaast heeft de Zweedse autobouwer echter ook de helft meer moeten besteden aan onderzoek en ontwikkeling dan in de eerste drie maanden van 2018. CEO Håkan Samuelsson (foto) lijkt toch tevreden: “De aanhoudende groei die we dit kwartaal hebben gezien, bewijst de kwaliteit van ons productenaanbod. We hebben in alle regio’s marktaandeel weten te winnen.” Samuelsson waarschuwt wel dat de marges onder druk blijven, reden waarom ook bij Volvo Cars scherp op de kleintjes gelet blijft worden.

De Zweedse dochter van Geely wist in China met 29.866 auto’s vier procent meer te verkopen. China blijft daarmee ook verreweg de grootste nationale markt. In Europa gingen de verkopen met bijna negen procent omhoog naar 88.624 automobielen waarmee Volvo het een stuk beter doet dan de markt als geheel. In de Verenigde Staten gingen de zaken nog beter met een groei van bijna tien procent naar 22.058 auto’s.