Renault lijkt van de twee het zwaarst getroffen. Groupe Renault heeft in het afgelopen jaar wereldwijd 3,8 miljoen voertuigen verkocht, dat is 3,4 procent minder dan in 2018. Dat beeld is nog vertroebeld door het succes van de goedkope Dacia waarvan er 10,3 procent meer werden verkocht terwijl ook de bestelwagen tak nog net positief uitkwam. Het merk Renault zelf echter zag de verkopen met 7 procent dalen, een flinke klap in de internationale autowereld.

China

Die klap kwam vooral hard aan in China waar Renault met 179.571 auto’s ruim 17 procent minder verkocht. China neemt daarmee nog geen vijf procent van de totale afzet voor haar rekening terwijl dat bij de Volkswagen Groep op 40 procent en bij een merk als Volvo zelfs boven de 50 procent ligt. De groep geeft in het persbericht verder geen toelichting maar de kans bestaat dat de Fransen de Chinese markt bewust meer aan partner Nissan overlaten. In Europa zag Renault de verkopen met 1,3 procent toenemen maar dat is geheel te danken aan de groei van Dacia. Renault zelf verkocht hier juist 3,5 procent minder auto’s en zag haar marktaandeel dalen van 7,2 naar 6,8 procent, een gevoelige tik. De daling van de verkopen is verder voor een groot deel te wijten aan drie landen, Iran, Turkije en Argentinië waar samen 183.000 auto’s minder werden verkocht dan in 2018. Aan de andere kant ging het bijvoorbeeld in Brazilië en India wel goed door het succes van de goedkope Kwid. 

Opel/Vauxhall

PSA kwam er nog een stuk slechter vanaf want daar daalden de verkopen met 10 procent naar 3,5 miljoen auto’s, nog iets minder dan bij Renault c.s. dus. Deze tweede autoleverancier van Europa kwam in ons werelddeel 1,3 procent lager uit, wat geheel te wijten is aan een forse daling met bijna acht procent bij de niet-Franse tak Opel/Vauxhall. Aan de andere kant wist Citroën met een groei van bijna zeven procent de opgaande lijst vast te houden terwijl DS met een overigens bescheiden aantal van bijna 50.000 auto’s ruim tien procent groei boekte. Bij die cijfers is het goed aan te tekenen dat PSA nog altijd meer dan 80 procent van haar verkopen in Europa realiseert. Het idee om dat terug te dringen met meer geografische spreiding lijkt niet te werken want PSA verkocht in Afrika en het Midden-Oosten ruim 40 procent minder en zag de verkopen in China en Zuid-Oost Azië zelfs met 55 procent dalen naar een magere 117.000 voertuigen.

Nu kan je op twee manieren tegen deze cijfers aankijken. Aan de ene kant lijkt het alsof de beide topmannen, Jean-Dominique Senard bij Renault en Carlos Tavares bij PSA, het te druk hebben met andere zaken. Senard moet veel tijd besteden aan het weer op de rails krijgen van de alliantie met Nissan en Mitsubishi terwijl Tavares ongetwijfeld zeeën van tijd kwijt is aan de komende fusie met Fiat Chrysler. Beiden zijn nogal zelf-doenerige types, Tavares nog wat erger dan Senard, die niet graag delegeren en zich graag in detail met de dossiers bezig houden. 

Winst maken

Maar er is een andere invalshoek. In de berichten van zowel PSA als Renault komen de woorden ‘winst’ en ‘winstgevendheid’ herhaaldelijk voor. Opel/Vauxhall is daarbij een goed voorbeeld: dat merk heeft recent enkele modellen zoals de Karl geschrapt om zich te concentreren op auto’s waar je ook geld mee verdient. Dat er bij dat Duits/Britse merk nog eens 4.100 arbeidsplaatsen verdwijnen past ook precies in dat plaatje. Om werkelijk in te kunnen schatten hoe het bij de twee grote Franse bedrijven gaat, is het wachten daarom op de financiële jaarcijfers. Een indicatie is er wel: de cijfers over de eerste helft van 2019. In die periode boekte Groupe Renault een operationele winst van ruim 1,5 miljard euro, dat was 200 miljoen minder dan een jaar eerder. Bij PSA ging de operationele winst juist omhoog met bijna elf procent naar 3,34 miljard. PSA zat daarmee op een marge van 8,7 procent, Renault op slechts 5,9 procent. Het ziet er naar uit dat Tavares over heel 2019 die slag zal gaan binnenhalen.