Dat heeft het Duitse concern meegedeeld bij de publicatie van voorlopige jaarcijfers. Bosch heeft de omzet afgelopen jaar redelijk stabiel kunnen houden op 77,9 miljard euro. Worden valutaschommelingen niet meegeteld dan daalt de omzet echter met 1,1 procent. De brutowinst bedroeg rond de drie miljard euro wat resulteert in een marge van iets minder dan vier procent. Ook die winst stond vooral onder druk door de daling van het aantal gebouwde auto’s, met name in China en India, door de verdere vermindering van het aandeel van diesels, hoge kosten voor de herstructurering en hogere investeringen in projecten die belangrijk zijn voor de toekomst.

Diversificatie

Bestuursvoorzitter Volkmar Denner: “Een zwakke economie en de scherpe neergang in de autoproductie laten ook hun sporen na op Bosch. Gezien de huidige uitdagingen heeft de brede diversificatie van ons bedrijf een stabiliserend effect, wat helpt om zowel de bestaande business uit te breiden als nieuwe te ontwikkelen.” Vice-voorzitter prof Stefan Asenkerschbaumer voegt daar aan toe: “Het lopende jaar blijft uitdagend voor vele ondernemingen, met name in de auto-industrie en mechanische engineering, en dus ook voor Bosch. Desalniettemin willen we in de sectoren en regio’s die belangrijk voor ons zijn in 2020 opnieuw sterker groeien dan de markt.”

In dat kader blijft Bosch ondanks de economische problemen zwaar investeren in elektrische, geautomatiseerde en connected mobiliteit. Dit jaar alleen al trekt het bedrijf daar meer dan één miljard euro voor uit, waarvan de helft in elektromobiliteit inclusief batterijcellen. “Als innovatieleider helpen we om de beweging naar alternatieve mobiliteit vorm te geven en pakken we ook de kansen die dit schept,” aldus Denner.

Oneerlijke kritiek

De Bosch-topman denkt wel dat de autowereld vaak oneerlijke kritiek over zich heen krijgt. “De weg naar de mobiliteit van de toekomst schept belangrijke uitdagingen voor de automotive industrie. In de eerste plaats hebben irrationele argumenten over de auto elk nuchter en genuanceerd debat over het wegverkeer gesmoord. Ten tweede heeft de sector meer tijd nodig voor de transitie. Vooral als we het hebben over banen kan een zo fundamenteel proces als de transitie naar elektromobiliteit niet in één dag gerealiseerd zijn. En ten derde versterkt de economische situatie de noodzaak voor structurele veranderingen in de industrie.”

Concluderend stelt Denner echter toch: “De overgang naar alternatieve mobiliteit betekent niet het einde van die mobiliteit en zeker niet het einde van de auto.” Specifiek denkt Bosch dat in 2030 twee op de drie nieuwe auto’s zal lopen op diesel of benzine, met of zonder hybride optie. Dat is volgens het Duitse concern de enige manier om mobiliteit betaalbaar te houden voor het algemene publiek.