Tot en met het derde kwartaal van 2019 lag de gemiddelde nettowinst op 0,36 procent, maar door de eindsprint in het laatste kwartaal vanwege de vraag naar EV’s verbeterde het resultaat nog enigszins. Door de verhoging van de fiscale bijtelling per 1 januari 2020 profiteerden eind vorig jaar vooral dealers van merken met elektrische auto’s in het assortiment. De gemiddelde netto-omzet per vestiging steeg in 2019 weliswaar met 5,1 procent tot ruim 12 miljoen euro, de nettowinst daalde van bijna 75.000 euro over 2018 tot minder dan 70.000 euro vorig jaar. Het totale aantal FTE’s per vestiging steeg met 6,7 procent tot 17,1.

Lagere omloopsnelheid

Ruim de helft (6,1 miljoen euro) van de totale omzet werd behaald uit de verkoop van nieuwe auto’s. Een toename van 7 procent ten opzichte van 2018, maar het volume per vestiging daalde wel met 2,5 procent tot 305 stuks. Uit de hogere verkoopprijzen per nieuwe auto (bijna 2.000 euro gestegen tot ruim 20.000 euro) valt ook meteen het effect van de nieuwe emissietest WLTP op de aanschafbelasting BPM op te maken; de verkoopaantallen in het goedkopere A-segment -en dan voornamelijk aan particulieren- zijn fors gedaald. Het gemiddelde aantal stadagen van nieuwe auto’s nam toe van 69 naar 76, terwijl de omloopsnelheid daalde van 5,3 naar 4,8. Voor occasions is de omloopsnelheid afgenomen van 5,1 naar 4,3 en steeg het aantal stadagen met maar liefst 14 tot 85. De voorraad gebruikte auto’s steeg van 43 naar 51 eenheden en de waarde daarvan nam 28,8 procent toe tot meer dan 717.000 euro. Dat betekent dat er eind 2019 ruim 160.000 euro meer kapitaalbeslag was dan een jaar eerder. Er werden 2 procent minder occasions verkocht per vestiging dan in 2018.

Minder productiviteit

In de werkplaats werd in het laatste kwartaal ook een eindsprint getrokken en kwam het aantal gefactureerde uren per monteur afgelopen jaar op 1.318 uit, oftewel 21 uur minder dan een jaar eerder. Tot en met het derde kwartaal van 2019 bedroeg de prognose nog 1.220 uur. De oorzaak van het hogere eindtotaal komt door het rijklaarmaken van meer nieuwe auto’s in het vierde kwartaal. De personele bezetting in de werkplaats is daarnaast toegenomen van 6,1 tot 6,4 FTE, maar de productiviteit daalde met 1,5 procentpunt tot 93,1 procent en de efficiency met 1 procentpunt tot 81,4 procent. De absorptieratio, oftewel de mate waarin aftersales de totale kosten van het bedrijf dekken, bleef nagenoeg stabiel op 75,1 procent. In het magazijn was sprake van een nagenoeg onveranderde omzet van ruim 970.000 euro en een licht gedaald resultaat van 22 procent.

Liquiditeit zorgelijk

Bert de Kroon, voorzitter van BOVAG Autodealers, benadrukt de grote invloed van fiscale maatregelen op het rendement: “De eindsprint in het vierde kwartaal heeft de forse daling in de rest van het jaar niet weten te compenseren. De impact van emissietest WLTP op de BPM was daarvoor simpelweg te groot en onze branche is te zeer afhankelijk geworden van fiscaliteit. Dat zien we ook terug in te lage omloopsnelheden en te hoge voorraden. Dat is met de kennis van nu eens te meer een zorgelijke situatie, want liquiditeit is en was het grote thema voor autodealers. Vooral nú.”