Oosterveld reageerde daarmee op de aankondiging – van half mei al – van CEO Takao Kato dat de Japanse autofabrikant en partner van Nissan/Renault zich vooral zal gaan richten op de regio Zuid-Oost Azië. “In de aankondiging staat inderdaad dat er een sterke focus op de ASEAN markten zal zijn. Maar dit betekent niet dat het merk Nederland of andere markten, anders dan ASEAN, de rug zal toekeren. Mitsubishi Motors is juist zeer sterk in ASEAN markten en verwacht daar sneller te kunnen herstellen en verschil te maken met nieuwe producten dan in markten als Europa waar veel meer complexe technieken nodig zijn om competitief te zijn zoals onze PHEV-technologie,’’ aldus de achteraf wat vage uitleg van de PR-baas die nu toch moet bevestigen dat zijn werkgever ‘de ontwikkeling en introductie van nieuwe modellen voor Europa heeft bevroren’.

Doodsteek

Kato bedoelde twee maanden geleden dus wel degelijk dat Mitsubishi vertrekt uit Europa en die markt overlaat aan de partners in de alliantie, primair Renault en daarnaast vermoedelijk ook Nissan. Geen nieuwe modellen meer ontwikkelen betekent immers binnen afzienbare tijd de doodsteek voor het verdere voortbestaan op die Europese markt. Mitsubishi zal, aldus een verklaring uit Japan, nog wel onderdelen leveren en de service tot in lengte van jaren garanderen ‘voor wie de voorkeur geeft aan Mitsubishi’ maar verder is het voor de vaderlandse dealers toch echt einde verhaal.

Coronacrisis

Dat besluit past in de nieuwe structuur van de alliantie waarbij zowel de markten als de modellen over de drie partners worden verdeeld. De coronacrisis maakt die ingreep nu niet alleen urgenter maar ook harder. Het toch al kwakkelende Mitsubishi had in het boekjaar tot 31 maart de winst al met 89 procent zien inzakken naar een magere 108 miljoen euro. Het aantal verkochte auto’s kwam met 1,13 miljoen 11 procent lager uit. Maar de echte klap komt pas in het lopende boekjaar waarvoor Mitsubishi nu, mede door hoge kosten voor de reorganisatie, uitgaat van een verlies van zeker 1,1 miljard euro.

Outlander

Nu leed Mitsubishi de laatste jaren, op een korte opleving na, toch al een kwijnend bestaan in Europa en in Nederland. Nadat het merk in de jaren tachtig en negentig nog tot de middelgrote spelers behoorde, zette vanaf 1999 een daling in. Die werd onderbroken met de komst van de plug-in hybride Outlander die dankzij het belastingvoordeel een redelijk groot succes werd. In 2015 wist Mitsubishi mede door dat model in ons land 14.533 nieuwe auto’s te verkopen, het hoogste aantal sinds de eeuwwisseling. Vorig jaar was dat volgens de cijfers van de RAI Vereniging echter al weer gedaald tot 6.358 exemplaren – waarvan 1.931 Outlanders – wat een marktaandeel van een minimale 1,4 procent vertegenwoordigde. In de eerste zes maanden van dit jaar gingen er 2.337 nieuwe Mitsubishi’s de weg op, 43 procent minder dan in dezelfde periode in 2019 terwijl de markt als geheel met 30 procent daalde. Zelfs Mazda en Suzuki verkopen tegenwoordig meer auto’s aan Nederlandse klanten.

Europa

In Europa is het van hetzelfde laken een pak, hoewel Mitsubishi het op die schaal in de crisistijd toch wat beter doet dan de markt als geheel. In juni verkocht het merk in alle 27 EU-landen samen 9.057 nieuwe personenauto’s, 17 procent minder dan een jaar eerder terwijl de markt met 22 procent kromp. Over de eerste jaarhelft komt Mitsubishi op 45.520 verkochte auto’s, een daling met 34 procent vergeleken met bijna 38 procent op de totale markt. Het marktaandeel in de hele EU is daarmee inmiddels gedaald tot zegge en schrijve 1,1 procent. Topman Kato besluit nu terecht dat je voor zo’n kleine markt, waar je toch aan alle Europese en nationale voorschriften en verschillen moet voldoen, niet meer rendabel nieuwe auto’s kunt gaan maken. Exit Europa. Exit Nederland.