Londen en Brussel zijn het nog steeds niet eens geworden over een nieuw handelsakkoord. Dat moet er voor 1 januari 2021 zijn omdat de Britten dan definitief uit de Europese Unie treden. Lukt het niet om nieuwe afspraken te maken, dan worden zogenaamde WTO-regels van kracht waarbij voor auto’s een invoerheffing geldt van tien procent.

Prijsverhoging voorkomen

Het overgrote deel van de in Britse fabrieken gebouwde auto’s is bestemd voor landen in de Europese Unie. Nissan, dat een grote fabriek heeft in het Noord-Engelse Sunderland, en Toyota met haar fabriek in Burnaston in het midden van Engeland, willen nu dat de regering in Londen die extra kosten – als ze er komen – voor haar rekening neemt om zo een prijsverhoging van hun auto’s in Europa te voorkomen.

Drukmiddel

Toyota heeft eerder gedreigd haar Britse fabriek geheel te sluiten als er geen regeling komt. Naar verluidt hebben ook BMW met een Mini-fabriek in Oxford en Jaguar Land Rover met een reeks vestigingen rond Birmingham soortgelijke verzoeken op tafel gelegd maar die autobedrijven hebben dat niet bevestigd. De brieven worden in dit stadium nog wel gezien als drukmiddel om tijdig tot Brexit-afspraken te komen zodat de heffing alsnog vermeden kan worden.