Britse en EU-onderhandelaars doen deze week een laatste poging om een nieuw handelsakkoord te sluiten. Lukt dat niet, dan komen er vanaf 1 januari ook voor de auto-industrie een reeks nieuwe belemmeringen en vooral ook heffingen. Dat betekent dat in Groot-Brittannië gebouwde auto’s van onder meer Nissan, Toyota, Jaguar Land Rover en Mini alsmede bestelwagens van Opel en Ford minstens 10 procent duurder zullen worden voor Europese klanten. Bovendien zal de productie ernstig worden bemoeilijkt door extra certificeringen, keuringen en (grens)controles van onderdelen, componenten én complete auto’s. 

De Society of Motor Manufacturers and Traders doet daarom een laatste oproep aan de onderhandelaars om een deal te sluiten waarmee er in ieder geval geen heffingen maar ook geen quota zouden komen op auto’s en onderdelen daarvoor. Een meerderheid van de bedrijven in de autosector heeft al alle mogelijke voorbereidingen getroffen, zoals het regelen van Britse KvK-nummers om invoer en uitvoer mogelijk te maken, het aanleggen van extra voorraden onderdelen en het inschakelen van douane-agenten. Die maatregelen hebben de bedrijven in totaal al 825 miljoen euro gekost, berekent de organisatie. ‘’Maar er blijven nog grote gaten in de planning omdat er niets duidelijk is over de toekomstige handelsrelatie.’’

De SMMT wijst nog eens op het ‘just-in-time’ karakter van de autoproductie. Onderdelen en componenten worden vlak voordat ze worden toegepast aangevoerd. Als dat systeem door grenscontroles en vertragingen in de war loopt, dan heeft dat ernstige en vaak kostbare gevolgen voor de fabrieken. Ook de regels voor ‘country of origin’ kunnen voor veel problemen gaan zorgen. Directeur Mike Hawes: ‘’Het moment is aangebroken voor beide partijen om de belofte waar te maken dat ze de auto-industrie veilig willen stellen. Een deal sluiten is absoluut noodzakelijk maar het kan niet zo maar een deal zijn. Essentieel is dat de autofabrikanten nu en in de toekomst zonder tarieven en zonder quota hun producten kunnen exporteren.’’