De koers van Renault Groupe op de beurs van Parijs is sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne gedaald met 30 procent. Renault is begin deze week op de beurs nog 6,84 miljard euro waard vergeleken met bijvoorbeeld 43,55 miljard voor Stellantis. Er staat immers veel op het spel. Avtovaz was afgelopen jaar goed voor 5,8 miljard euro aan omzet, 12,5 procent van het totaal, terwijl de groep als geheel dankzij dat bruggenhoofd 13 procent van de verkopen uit Rusland haalt. De 36.000 Russische werknemers vertegenwoordigen liefst een kwart van het hele werknemersbestand van de Franse groep.

Fiat

Avtovaz is in de jaren zestig van de vorige eeuw opgericht met hulp en steun van Fiat. De toen gebouwde Lada’s vertoonden ook grote gelijkenis met soortgelijke modellen van Fiat. Renault nam in 2007 – toen nog onder leiding van Carlos Ghosn – in een deal met president Poetin een eerste belang van 25 procent in Avtovaz en telde daar toen een miljard dollar voor neer. “Toen we besloten om een alliantie met Avtovaz aan te gaan was er niets aan de hand. Het was echt een heel goede stap,’’ aldus Ghosn nu in een interview met Bloomberg.

Moderniseren

Maar sinds 2018 zijn de Fransen voor 67,7 procent eigenaar van de grootste speler op de Russische automarkt – Lada heeft een marktaandeel van 21 procent – de rest hoort bij het staatsdefensiebedrijf Rostec State Corp. Dat betekent in financiële termen dat Renault de resultaten van de Russische dochter in de jaarcijfers mee moet nemen. In het afgelopen jaar was Avtovaz goed voor 315 miljoen euro aan operationele winst. Bij de presentatie van de jaarcijfers, vlak voor het uitbreken van de oorlog, stelde De Luca nog de activiteiten in Rusland snel te willen moderniseren. De fabrieken van Avtovaz bij Moskou liggen nu echter stil omdat 40 procent van de onderdelen uit het buitenland moet komen. Wat dat alles betekent voor de groep, heeft Renault nog altijd niet laten weten.

Lees ook:
Toyota staakt productie in autofabriek Sint-Petersburg