Dat klinkt heel mooi en heeft ongetwijfeld voordelen voor onder meer het milieu, want deze nieuwe auto’s zijn uitgerust met de laatste technische snufjes om de uitstoot te beperken. Dat de privérijder het bij de kleine A- en B-categorie houdt gaat echter al niet meer op. Het C- en het crossover-segment kunnen zich inmiddels ook verheugen in de belangstelling van private leaserijders.

De vraag rijst waar deze ‘huurders’ vandaan komen. Het is niet zo dat de nieuwverkopen spectaculair stijgen. Wel zien we een daling van de occasionverkoop. Ook lijken de prijzen daar weer onder druk te staan. Was het nog niet zo lang geleden de occasionverkoop die een gezonde bron van inkomsten voor de branche bleek te zijn? Schieten we ons met private lease in onze eigen voet?

Voor leasemaatschappijen en importeurs lijkt er op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht met groei van de nieuwverkoop en een stevige leasevloot. Het is echter een publiek geheim dat de marges voor beide partijen flinterdun zijn en veel tijd en aandacht vragen. De strijd tussen de verschillende leasemaatschappijen en ook de corporates van de merken speelt zich bovendien af op het prijsvlak. Maar prijsvechten resulteert in een eindeloze spiraal naar beneden waar ook onderaan geen winnaars te bekennen zijn.

De focus van leasemaatschappijen en automerken op de private leasemarkt in plaats van op jonge occasions ‘waarvan je maar moet afwachten welke verborgen kosten er op de loer liggen’. Het is een bangmakertje dat heeft gewerkt. Zowel bij jong als oud slaat private lease aan. Of het rendement er bij gebaat is, is de vraag en daarom zou ik het een gemiste kans willen noemen voor een branche die zichzelf met enige regelmaat de das om doet. In ieder geval hebben we aan één voorwaarde voldaan: zet de klant centraal. Kijken hoelang we ons dat kunnen permitteren.