In alle segmenten, dus zowel zakelijk als particulier is de groei van het aantal leaseauto’s in 2018 fors doorgezet. De groei is het grootst binnen het segment private lease, daar is ten opzichte van 2017 een groei van 45,6% gerealiseerd. Maar ook het aandeel zakelijke personenauto’s groeit met 13% en bestelauto’s met 10%. Van alle nieuw verkochte auto’s in 2018 is circa 53% een leaseauto; bij bestelwagens ligt dit percentage op circa 50%.

Wat betreft die bijdrage aan de vergroening: een gemiddelde nieuwe leaseauto levert per kilometer zo’n 6% minder CO2-uitstoot dan de rest van Nederland. Ten opzichte van auto’s in eigendom van bedrijven is dat zelfs 15% minder. Private lease heeft nog een bijkomend, gunstige invloed op de gemiddelde CO2-uitstoot van het Nederlandse wagenpark, stelt Renate Hemerik, directeur VNA. “Veel consumenten kiezen voor een private leaseauto en stappen daarmee uit een vaak oudere privéauto. Als je bedenkt dat de gemiddelde privéauto ruim 10 jaar oud is en men bij private lease in een nieuwe auto gaat rijden, dan is dat directe winst voor de CO2-uitstoot. Naast het feit dat nieuwe auto’s zuiniger rijden, hebben zij gemiddeld ook meer veiligheidsopties. En dat is weer goed voor de verkeersveiligheid en de doelstelling van het kabinet om het aantal verkeersslachtoffers in Nederland terug te dringen.”Brede mobiliteit

Volgens VNA is de volgende stap die leasemaatschappijen zetten, invulling geven aan brede, geïntegreerde mobiliteit. Een reiziger moet afhankelijk van locatie, tijdstip, bestemming en doel makkelijk, afwisselend gebruik kunnen maken van diverse vormen van mobiliteit. Van (deel)auto’s, fiets, OV, maar ook van mobiliteitsabonnementen. Hemerik: “We willen de mobilist keuze en vrijheid geven, waarbij hij goed geïnformeerd een keuze kan maken, de mobiliteit wordt geregeld en dit veilig kan worden afgerekend. Als we dat kunnen realiseren, dan hebben we een fantastisch product dat antwoord geeft op een aantal grote vraagstukken zoals bereikbaarheid, duurzaamheid en verkeersveiligheid, maar dat ook goed is voor de Nederlandse economische ontwikkeling.”