Een auto van de zaak is voor medewerkers een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Een zakenauto die ook privé gebruikt wordt, is in belangrijke mate onderdeel van de gezinsmobiliteit (onderzoek VZR 2018). Des te vervelender is het als men beperkt wordt in de keuze voor een zakenauto. In 2018 kon 62% van de zakelijke rijders vrij kiezen uit de verschillende automerken. Voor 38% van de zakelijke rijders geldt dus een beperking in de autokeuze. Deze beperking in merken is terug te zien in de tevredenheid over de werkgever en de auto zelf.  

Van de medewerkers die uit elk automerk mag kiezen is 68% (zeer) tevreden over hun autoregeling. Slechts 10% is (zeer) ontevreden. Als er maar uit een beperkt aantal merken gekozen mag worden, dan daalt de tevredenheid over de autoregeling van 68% naar 54% en verdubbelt het aantal ontevreden medewerkers naar 20%.

Indien er sprake is van een beperkt merkenbeleid, dan zijn dit de automerken waar men het vaakst uit mag kiezen:

  1. Volkswagen 70%
  2. Skoda 54%
  3. Audi 52%
  4. Renault 51%
  5. Peugeot 47%

Jan van Delft, voorzitter VZR  zegt hierover: “Een beperking heeft een direct negatief effect op de tevredenheid van een werknemer over zijn autoregeling en dus een direct effect op de aantrekkelijkheid van een werkgever.”

Verder geeft Jan van Delft aan: “Wil je mensen binden en boeien, dan moet je dus niet aan deze knop draaien. Vanuit inkoopperspectief kan een beperking in het aantal merken een paar euro voordeel opleveren, dit weegt echter bij lange na niet op tegen de stijgende ontevredenheid van de werknemer. Penny wise, pound foolish”.