Bedrijven sleutelen op dit moment hard aan de autoregeling; de auto van de zaak als secundaire arbeidsvoorwaarde staat onder druk. VZR maakt zich door deze ontwikkeling zorgen om de werknemers. Voorzitter Jan van Delft: “Wij verbazen ons over de snelle actie van werkgevers en het afnemen van leaseauto’s. Vaak zijn de plannen te rigoureus en te prematuur. Werknemers gaan er op achteruit en dat is niet eerlijk”.

De helft inkomstenbelasting.

Alternatieven voor leaseauto zijn er zeker, met name het mobiliteitsbudget lijkt aan populariteit te winnen constateert de VZR. ‘Een mobiliteitsbudget wordt meestal direct met het salaris uitbetaald, daarover betaal je dus grofweg de helft inkomstenbelasting. Een mobiliteitsbudget moet dus echt aanzienlijk zijn om een gelijkwaardig auto te rijden. VZR pleit dan ook voor een nieuwe fiscale belasting van 22 procent voor mobiliteitsbudgetten’.

BKR

Uit onderzoek blijkt volgens de VZR ook dat vrijwel iedere werknemer uiteindelijk opnieuw kiest voor een auto. Als deze zelf gekocht of geleaset gaat worden, geeft dit nieuwe problemen aldus de VZR. ‘Bij een gekochte auto gaat het vaker om een oudere, vervuilende auto. Bij een private lease auto ga je een langlopende financiële verplichting aan en deze wordt bij het BKR registreert. Niets aan de hand totdat je bijvoorbeeld een hypotheek wil afsluiten, dan wordt je private lease auto toch in mindering gebracht op je hypotheekbedrag’.

Verschuiving

“VZR ziet dat de zakelijke rijders onvoldoende op de hoogte zijn van de consequenties van een mobiliteitsbudget”, aldus Jan van Delft, voorzitter VZR. “Opvallend is ook de verschuiving van verantwoordelijkheid van de werkgever naar de werknemer op het gebied van zakelijke mobiliteit, deze verschuiving vinden wij geen positieve ontwikkeling.”

Lees ook:
VZR: spanning tussen werkgever en werknemer over mobiliteitskeuze