Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg bepaald in een zaak die VW nog eens vele miljarden aan schadevergoedingen kan gaan kosten. Alleen in ons land al is een schadeclaim ingediend namens 8,5 miljoen VW-dieselrijders in Europa.

Wie is bevoegd?

De hoogste rechter in Oostenrijk had het Hof de vraag voorgelegd wie er bevoegd is nadat de consumentenbond in dat land (VKI) namens bezitters van een ‘sjoemelauto’ een eis tot schadevergoeding had ingediend tegen Volkswagen bij de rechtbank in Klagenfurt. De VKI wil dat VW wordt veroordeeld tot 3.611.806 euro schadevergoeding alsmede ‘alle schade die nog niet te becijferen is of zich in de toekomst nog zal voordoen’. De zaak wordt gevoerd namens 574 Oostenrijkers die voor 18 september 2015, de dag waarop dieselgate bekend werd, een nieuwe of gebruikte auto met een EA-189 motor hebben gekocht waarvan inmiddels is gebleken dat er een illegaal ‘manipulatie instrument’ in zit.

Lidstaten

Het in Wolfsburg, Duitsland, gevestigde Volkswagen betwiste met name de internationale bevoegdheid van de Oostenrijkse rechters. In principe zijn volgens het Europees recht de rechterlijke autoriteiten bevoegd in het land waarin de verweerder, lees Volkswagen, is gevestigd. Met zijn arrest stelt het Hof echter dat, ‘wanneer voertuigen door de fabrikant ervan in een lidstaat (Duitsland) op onrechtmatige wijze zijn voorzien van software die de emissiegegevens manipuleert, alvorens deze voertuigen bij een derde in een andere lidstaat (Oostenrijk) worden gekocht, de plaats waar de schade intreedt zich in deze laatste lidstaat (Oostenrijk) bevindt.’

Waardevermindering

Die schade bestaat dan uit ‘een waardevermindering van de betrokken voertuigen die voortvloeit uit het verschil tussen de door de koper voor een dergelijk voertuig betaalde prijs en de werkelijke waarde ervan als gevolg van de installatie van manipulatiesoftware. Hoewel deze voertuigen vanaf de installatie van deze software een gebrek vertoonden, moet bijgevolg worden geoordeeld dat de aangevoerde schade pas op het moment van de aankoop van die voertuigen is ingetreden door de aankoop ervan tegen een hogere prijs dan de werkelijke waarde ervan.’

Manipulatie

Het Hof komt tot de slotsom ‘dat wanneer een fabrikant voertuigen in de handel brengt die zijn voorzien van software die de emissiegegevens manipuleert, de door de uiteindelijke koper geleden schade noch indirecte schade noch zuivere vermogensschade is, en intreedt bij de aankoop van een dergelijk voertuig bij een derde. Voorts wijst het Hof erop dat een in een lidstaat gevestigde autofabrikant die zich schuldig maakt aan onrechtmatige manipulaties van in andere lidstaten in de handel gebrachte voertuigen, redelijkerwijs mag verwachten te worden gedagvaard voor de gerechten van die lidstaten.’