In Nederland geldt een aanschafbelasting op alle nieuw verkochte en geïmporteerde auto’s (BPM). Voor de zogenaamde vergunninghouders conform artikel 8 geldt dat de BPM een maand na de verkoop van de auto wordt afgedragen aan de Belastingdienst. Momenteel heeft een groot deel van de branche last van liquiditeitsproblemen door de sterk gedaalde verkopen van personenauto’s.

Liquiditeitspositie

Op verzoek van RAI Vereniging en BOVAG heeft het Kabinet nu besloten om de branche een maand extra tijd te geven voor de verplichte BPM-afdracht. Hierdoor verbetert de liquiditeitspositie en krijgt de ondernemer meer ruimte om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen en de crisis te overleven. Eerder werd een dergelijk Kabinetsbesluit al genomen voor de verplichte afdracht de BTW.

Het bijzondere uitstel van betaling kan voor allerlei vormen van belasting worden aangevraagd. In dit geval geldt het uitstel voor de BPM-afdracht van juni, juli en augustus. Dus over de verkoop van mei, juni en juli. Het is nog niet bekend wanneer de uitgestelde betaling alsnog moet worden voldaan. Hier volgt meer informatie over.

RAI Vereniging voorzitter Steven van Eijck: “De Nederlandse autobranche wordt bijzonder hard getroffen door de coronacrisis. De nieuwe autoverkopen zijn in april met 53 procent gedaald waardoor de inkomsten voor de branche zijn ingezakt en de financiële positie van veel importeurs onder druk staat. Voldoende liquiditeit is de basis voor een gezonde bedrijfsvoering en met het uitstel van de verplichte BPM afdracht, komt daar nu meer ruimte voor.”

Ruimte

Bert de Kroon, voorzitter BOVAG Autodealers: “Dit is goed nieuws. Want dit geeft ruimte in het merkkanaal voor tijdelijke afspraken over de contractuele verplichtingen over en weer, die ons samen door de crisis helpen. Wel belangrijk om te beseffen dat uitstel geen afstel is. Het zal een keer betaald moeten worden.”