Verder kunnen franchisegevers straks niet eenzijdig grote investeringen voorschrijven of belangrijke wijzigingen in de formule aanbrengen. Ook moeten partijen een goodwillbepaling in het contract opnemen en moeten zij zich jegens elkaar gedragen als goede franchisegever en goede franchisenemer. De franchisewet moet op die manier meer balans brengen in de nu vaak naar franchisegevers overhellende machtsverhouding tussen franchisegevers en franchisenemers.

Franchiseformule: knowhow en uniforme uitstraling belangrijk

De nieuwe regels gaan gelden voor franchisecontracten. Het is daarbij niet van belang hoe de relatie wordt genoemd. Een dealercontract kan bijvoorbeeld ook een franchisecontract in de zin van de wet zijn. Het gaat er kort gezegd om of er sprake is van: een formule met uniforme uitstraling die onder meer een handelsmerk, huisstijl en knowhow omvat.

Verder moet de franchisenemer een vergoeding aan de franchisegever betalen voor de exploitatie van de franchiseformule. Dat hoeft geen  franchisefee te zijn, maar kan ook een verkapte of indirecte vergoeding zijn.

Of een relatie als franchiserelatie aangemerkt wordt, zal in de praktijk waarschijnlijk met name afhangen van de uniforme uitstraling en de knowhow. In de autobranche is nu discussie over de vraag of dealercontracten onder de wet vallen. Bovag stelt als vertegen-0 woordiger van de autodealers dat hun contracten met auto-importeurs/-fabrikanten onder de wet vallen. Auto-importeurs verenigd in de RAI Vereniging stellen dat dealercontracten in beginsel niet onder de wet vallen omdat geen sprake is van een uniforme uitstraling. Dat knowhow wordt overgedragen lijkt bij dealercontracten geen discussiepunt maar kan dat in andere relaties wel zijn.

Goed franchisegeverschap, goed franchisenemerschap en bijstand

De wet bepaalt dat franchisenemer en franchisegever zich jegens elkaar moeten gedragen als goed franchisegever en goed franchisenemer. Dit lijkt sterk op de bepaling over goed werkgeverschap in het arbeidsrecht. De bepaling is opgenomen om rechters in de toekomst flexibel te kunnen laten toetsen in situaties die nu niet voorzien zijn. De wet bepaalt ook dat de franchisegever de franchisenemer bijstand alsmede commerciële en technische ondersteuning moet bieden.

Uitgebreide informatievoorziening en wachttermijn

De wetgever wil voorkomen dat de franchisegever met halve informatie aan een franchiserelatie begint. De franchisegever moet daarom onder meer informatie geven over:

  • de frequentie van overleg tussen franchisegever en franchisenemers.
  • de mate waarin de franchisegever met de franchisenemer mag concurreren.
  • de financiële positie van de franchisegever.
  • de financiële gegevens van de beoogde of vergelijkbare locatie.
  • alle overige onderwerpen die van belang zijn.

Nadat die informatie en het concept van het franchisecontract aan de franchisenemer is verstrekt moeten partijen vier weken wachten. Tijdens die wacht-0 termijn mag er doorgaans geen franchisecontract of ander verbonden contract gesloten worden en mogen geen betalingen of investeringen verlangd worden.

Ook tijdens het contract moet de franchisegever de franchisenemer goed informeren onder meer over wijzigingen van de overeenkomst, verlangde investeringen of andere kwesties die van belang zijn. De franchisegever moet ook informeren over het opstarten van een afgeleide formule.  Dat is een formule die op de franchiseformule lijkt en betrekking heeft op goederen die geheel of grotendeels hetzelfde zijn als die waarop de franchiseformule ziet.

Instemming belangrijke wijzigingen

Als de franchisegever een afgeleide formule wil gaan exploiteren of de franchiseformule wil wijzigen en franchisegever daarvoor een investering verlangt of bijdrage invoert of wijzig. Of kan voorzien dat de wijziging (per saldo) tot omzetverlies leidt waarbij een in het franchisecontract opgenomen niveau wordt overschreden, heeft de franchisegever daarvoor instemming nodig van de meerderheid van de franchisenemers of van iedere franchisenemer die het raakt. Als er geen niveau is overeengekomen waarboven de franchisegever instemming moet vragen, heeft hij  altijd instemming nodig.

Goodwill en non-concurrentiebeding

Franchisecontracten moeten verder een goodwillbepaling bevatten. Daarin moet staan hoe de goodwill vastgesteld wordt, dat wil zeggen of deze aanwezig is en zo ja welke omvang deze heeft en in welke mate deze aan de franchisegever is toe te rekenen. Tevens moet de bepaling regelen hoe de goodwill die aan de franchisenemer is toe te rekenen vergoed wordt als de franchisegever de onderneming overneemt om zelf voort te zetten of over te dragen aan een derde met wie de franchisegever in zee gaat. Dit laatste vormt een belangrijke beperking van het voorgeschreven recht op goodwill. Verder bevat de wet nog een artikel over non-concurrentiebedingen.

Inwerkingtreding

De inwerkingtredingdatum is nog niet definitief bepaald, maar het is de bedoeling dat de wet gaat gelden op 1 januari 2021. Voor contracten die vóór 1 januari zijn gesloten, geldt een overgangstermijn van 2 jaar voor de artikelen over goodwill en instemming met investeringen of wijziging van de franchiseformule. Alle overige bepalingen worden ook voor bestaande contracten meteen van kracht. Dat geeft partijen de tijd om bestaande contracten aan te passen, maar veel ruimte biedt het niet. Franchisenemers die na 1 januari 2021 toetreden of een nieuw contract aangaan moeten namelijk meteen een contract krijgen dat aan de wet voldoet. Er is dus werk aan de winkel en dat geldt niet alleen voor franchisegevers. Straks kunnen franchisenemers ervoor kiezen om bepaalde beslissingen over de toekomst van de formule in de handen te leggen van het bestuur van een dealervereniging of franchiseboard. Het is van groot belang om dat goed te regelen. Niet alleen voor de aangesloten bedrijven maar ook voor degenen die hun belangen behartigen.

Dit artikel verscheen eerder in AM november 2020