Bij eerdere meetings ontpopte Luca de Meo zich al – toen nog bij Seat – als een makkelijke prater met een heldere toekomstvisie. In Spanje werd onder zijn wacht voor het eerst in lange tijd weer winst gemaakt. De gedachte is wellicht te simplistisch, maar misschien triggerde juist dat het zieltogende Renault-concern om de Italiaan een levensreddende ‘harde herstart’ te laten leiden.

Het grote plaatje is daarbij dat Renault-groep het roer zowel financieel als met zijn modellenpolitiek en productie drastisch omgooit. Ook richt Renault zich op nieuwe services als energie. Veel media vonden intussen een ‘haakje’ in de leuke plaatjes van de retro gestileerde elektrische R5. Met veel fantasie een soort wedergeboorte van de illustere Renault 5.

Tijdens de interviews liet De Meo zien hoe hij in de wedstrijd van elektrificatie zit. Hij noemt de Britse plannen om verbrandingsmotoren al binnen een decennium in de ban te doen ‘een krachtig plan dat ambitie toont’. Hij ziet het als de toekomst en vertelt zichtbaar geamuseerd hoe hij de R5 tot leven wekte. “De dag nadat ik was begonnen liep ik toevallig langs een garage van de designafdeling en zag hem staan. Oranje en een slag kleiner dan nu. Dit is waar we heen moeten, zei ik.”

Fiat 500

De designers vonden het retrodesign als vingeroefening niet levensvatbaar, maar de man die ook achter de revival van de Fiat 500 stond zette dus door. Het prototype stond er in no time en gezien de immense mediahype lijkt zijn plan om elektrisch rijden met zulke projecten te democratiseren – denk aan de Dacia Spring – een van de sleutels voor de Renaulution. Die Renaults moeten op basis van het Renault Nissan CMF-EV platform in Noord-Frankrijk worden gebouwd. Saillant detail: met een nieuwe, duurzamere ‘chemie’ in de accutechniek, die uit ernaast gebouwde fabrieken moet komen. Het lijkt met een aanloop van twee jaar – 2023 – kort door de bocht, maar hij meldt dat al met leveranciers wordt onderhandeld.

Het is niet meer dan een visitekaartje voor de toekomst. De Meo: “Het strategische plan is veel meer dan een herschikking, want we spreken over een vergaande transformatie van ons businessmodel.” Op de terugweg naar een winstgevende toekomst steunen plannen op geavanceerde technologie, energie en een breed scala aan mobiliteitsdiensten. De naam van Carlos Ghosn valt niet – vanzelfsprekend – maar het is duidelijk dat de beoogde koers een breuk betekent met alles waar hij op mikte. “Bij de Renaulution gaat het niet om volume, maar het creëren van waarde.”

Over de samenwerking met alliantiepartners Nissan en Mitsubishi is De Meo positief. Hij meldt lachend dat het door de pandemie helaas niet is gelukt om daarheen te gaan en ‘sushi te eten en er een glas sake op te drinken’. Er valt, luidt de ingesloten boodschap, heel wat schade te herstellen die Ghosn heeft aangericht. De beide Japanse CEO’s zijn tijdens de presentatie virtueel aanwezig, dus de sfeer lijkt constructief.

(Tekst loopt door onder de foto)

De Renault Megane eVision is de basis voor een nieuwe generatie elektrische auto’s van Renault.

Diep in het rood

Terug naar de ‘hel’ waarin Renault terecht is gekomen. De Meo schetst hoe de financiële positie juist door de drang naar grote volumes en maatwerk voor allerlei wereldmarkten diep in het rood is gezakt. De ommekeer betekent daarom een compleet nieuwe start, waarbij Ghosns doelen als ‘vijf miljoen Renaults in 2022’ nadrukkelijk zijn geschrapt. De focus verschuift van marktaandeel naar minder auto’s maar met een grotere waarde. En bijpassend verbeterde winstcijfers. Minder is meer. De Meo zegt in 2025 3,1 miljoen Renaults te willen produceren, waarbij de marge tegelijkertijd in stappen groeit. Aanvankelijk met drie procent en rond 2025 met vijf procent. Om dat te bereiken mikken de Fransen op elektrificatie en dan met name goed uitgeruste modellen in het C- en D-segment. Dacia zal de budgetmarkt bedienen, maar zoals we met de Sandero al zien wel een of twee treetjes hoger ingeschaald dan de voorgangers. De positionering van de auto’s wordt een kunst apart. Met de onthulling van de Lada Niva Concept tijdens de presentaties laat Renault-groep zien ook in die richting grote plannen te hebben. Daar geldt dezelfde aanpak: die beide merken worden op hetzelfde CMF-B platform gebouwd. Om lichtvoetig op ontwikkelingen en trends te kunnen reageren wordt een vol jaar van de ontwikkelingstijd geschaafd. Dat wordt gestroomlijnd door vier van de vijf auto’s op alliantieplatform (met Nissan-Mitsubishi) te bouwen. Dat brengt schaalgrootte: onder de streep samen zes miljoen auto’s.

Ideaal gepositioneerd

Renault gaat zelf bovendien terug van acht naar vier ‘motorenfamilies’. De Meo noemt zijn merk nu al ‘ideaal gepositioneerd’. Dat helpt mee om de investeringen flink te beperken. “Voor de aandrijftechniek zijn veel ontwikkelingskosten al gemaakt en hebben we de geavanceerde en zeer flexibel inzetbare nieuwe E-TECH motorengeneratie voor hybride en PHEV-toepassingen. Door het formaat accu te variëren kunnen we soepel inspelen op doelgroepen en in de toekomst verder aangehaalde Euro-milieunormen.”

Diesels zijn een gepasseerd station, met uitzondering van bestelwagentoepassingen, noteren we ook. Wat de nieuwe strategie dichter bij huis betekent voor de vestigingen en autobedrijven blijft veel meer in de lucht hangen, in flagrant contrast met de minutieus doorgerekende en gepresenteerde plannen. Ook over de rol en het lot van specifieke productielocaties kunnen we De Meo niet op al te heldere uitspraken betrappen. Met uitzondering van China, waar Renault kennelijk een ‘pauze’ inlast tot hun nieuwe aanpak is uitgekristalliseerd. Je zou bijna zeggen: de weg terug uit de hel is in elk geval geplaveid met goede bedoelingen.

Dit artikel is verschenen in het februari-nummer van AM. Word nu abonnee op AM Premium en ontvang ook maandelijks het magazine. 

Lees ook:
Miljardenverlies bij Renault door coronacrisis