We spreken Nürnberger op de IAA München, luttele dagen na zijn start bij Dacia en Lada. De voor de hand liggende eerste vraag is dan natuurlijk: waarom maakt u deze transfer van Aston Martin – met exotische auto’s als de DBX en Valkyrie – naar het merk Dacia? Waar ligt de uitdaging bij dit toch totaal andere merk?

Miles Nürnberger glimlacht, begeleid door een smakelijk lachende designcollega David Durand, die in München ‘zijn’ Jogger aan de bezoekers presenteerde. Ik dacht al… wie gaat dat als eerste in een interview vragen? Je moet dan begrijpen wat een designer ten diepste motiveert. Daar zitten twee kanten aan: na langere tijd heb je allerlei projecten – noem het missies – afgerond en weet je precies hoe het werkt. Bij Aston Martin had ik gelukkig veel van die uitdagingen – als de Valkyrie – maar je moet weten dat het maar één kant van het vak is. Voordien werkte ik bij andere merken als LandRover, Citroën, Ford. Het is interessant om iets heel anders te doen en bij Dacia zie ik dan groot potentieel. Net als Aston Martin maakt Dacia een transformatie door. Die is al gestart, maar dat zal veel verder gaan. Wat mij aantrekt is de unieke positie en identiteit van het merk.”

Ook Lada onder zijn vleugels

Datzelfde zal voor Lada gelden, dat u qua design ook onder uw vleugels heeft? “Absoluut, het biedt bijzondere mogelijkheden. Ik zit er nog maar vier dagen, maar weet nu al dat het een goede keus is geweest. Ik glimlach dus maar wanneer de mensen me naar het ‘waarom’ vragen.”

Je mag rustig stellen dat de doelgroepen van een high end merk als Aston en volksmerken als Dacia en Lada bijna niet verder uit elkaar konden liggen? Tegelijkertijd is er in de designwereld een heuse stoelendans bezig. Misschien heeft dat ook te maken met de vele wisselingen van CEO’s? En de Covid-tijd? “Ja dat klopt, opvallend veel transfers. Op zich een goed ding voor ons vak trouwens. Misschien is het ook wel omdat we zo lang volgens een bepaald recept hebben gewerkt en nu voor grote veranderingen staan. Uitdagingen.”

Over de vraag waar Dacia heen gaat wil Nürnberger nog niet veel zeggen, daarvoor is hij te kort in actie. Hoe is het om met het nieuwe platform als bouwblok voor zijn beide merken te werken? “In elk geval zijn er brede mogelijkheden om Dacia uit te bouwen en die worden nu uitgewerkt. Bij Dacia en Lada spreek je dan over de CMF-B als basis en dat was juist een van die uitdagingen die voor mij als designer aantrekkelijk zijn. Een echte transformatie. Elektrificatie zit in de mix en dat maakt het echt interessant. Misschien verklaart dat ook waarom zoveel andere designers de stap naar een ander merk nemen. Er staat zoveel te gebeuren.”

Versnelde ontwikkelingen

Het afgelopen jaar zijn er al grote en versnelde ontwikkelingen geweest, zegt Nürnberger, maar iedereen zoekt nog naar de optimale oplossingen die daarbij passen. Ook met de accutechniek van de toekomst bijvoorbeeld. “Het is een beetje alsof je teruggaat naar het begin van de auto, toen nieuwe motoren steeds meer mogelijk maakten. De technologie heeft de shift naar elektrificatie inmiddels mogelijk gemaakt en nu worden de opties steeds breder. Zo gauw de accu’s echt kleiner worden biedt dat in mijn werk ongekende nieuwe mogelijkheden. Op dit moment doorbreken we de codes nog niet van hoe een auto er in grote lijnen uitziet en waar je de sleutelcomponenten vindt. We zijn uiteindelijk gewoontedieren. Verandering vraagt tijd, voor de klant, in product design maar ook muziek en dergelijke. Dat het ervan gaat komen is echter zeker. Ik denk dat we Tesla en BMW moeten noemen omdat ze ooit echt ‘de stap’ hebben genomen. Met alle problemen van dien. Ook Volkswagen is daaraan schatplichtig. Terug naar Dacia: als merk heeft het een no nonsens imago en dat moet zo blijven, ook als elektrificatie en andere technologie zich verder ontwikkelen. Het is het authentieke element van het merk. Het merkimago is meer eigentijds, maar blijft draaien rond het begrip eenvoud. Functioneel en authentiek.”

Woorden, zinnen, hoofdstukken

Nürnberger trekt een parallel met de taal. Je hebt woorden, zinnen, dan paragrafen, hoofdstukken en een boek. Dacia slaat nu een nieuw hoofdstuk open, maar komt met een boek dat in de serie past. “Auto’s moeten bereikbaar blijven. Wat ik aan mijn werk bij deze merken met name mooi vind is dat ik niet langer voor één procent van de markt ontwerp, maar voor 99 procent van de bevolking. De rol van je landgenoot Laurens van den Acker? Hij zweeft zogezegd boven ons en overziet de verschillende merken. Bewaakt de koers die merken onderling kiezen, maar zorgt natuurlijk ook dat de synergie ervoor zorgt dat de kosten lager zijn.”

Nog even naar de Bigster kijken dan. Als prototype getoond, maar hij gaat als grootste Dacia te zijner tijd ook in productie. Onder uw designvleugels. Is dat nog wel een Dacia, denk je dan? “Het is een volgende stap in het C-segment. Zorgt voor een volgende expansie van het merk. Belangrijk voor ons, want dat is het grootste marktsegment. Ook boven de Duster is duidelijk nog veel mogelijk – ruimte zo je wilt – en daar hebben wij een rol te spelen. Maar het blijft duidelijk een Dacia, qua karakter.”

(tekst loopt door onder de foto)

De nieuwe Jogger is een zevenpersoons ruimtewagen die niet veel meer kost dan een compacte auto van andere merken.

Platform snel elektrisch

“Hij zal op een aangepaste versie van hetzelfde platform staan en we kunnen veel techniek van Renault gebruiken, zodat de ontwikkelings- en productiekosten in de hand worden gehouden. De Groep ontwikkelt en wij kiezen wat voor ons bij de actuele markt en wettelijke eisen past. Zo kunnen we in 2023 bijvoorbeeld een plug-in hybride Jogger aanbieden en mocht de elektrificatie sneller gaan dan we nu denken; ook een EV-versie van onze auto’s is snel te realiseren.”

Die filosofie met bouwblokken past Dacia als een handschoen, vult David Durand aan. De nieuwe Jogger is daarvan een goed voorbeeld. Een zevenpersoons ruimtewagen die niet veel meer kost dan een compacte auto van andere merken. “We hebben een doelgroep die niet wil betalen voor technologie die ze niet gebruiken of waar ze niet op zitten te wachten. Maar de wereld kan snel veranderen en misschien moét je wel stappen nemen. Of de klant wil iets anders. Zo zijn we ook een beetje verrast door het enorme succes van de Dacia Spring.”

Even terug naar het werk van een designer. Is dat nog handwerk of puur digitaal tegenwoordig? Nürnberger: “Met de hand schetsen werkt snel in de aanloopfase. Dat zie je ook nog wel eens bij het beeld voor presentaties. Er komt ergens in het proces ook nog wel een kleimodel omdat je toch een tastbare auto wilt zien, maar de ontwikkeling van een auto gebeurt verder grotendeels in het digitale domein. Ook vanwege de efficiëntie. Computermodelleren helpt het werken aan de aerodynamica, allerhande zaken die de aandrijving betreffen en natuurlijk de productie. Ik moet zeggen dat de digitale tools enorm verbeterd zijn. Jonge designers weten niet beter. Maar toch blijven we ook wel renderings maken.” Tot slot: wanneer zien we de eerste auto die echt de Nürnberger handtekening heeft? In het elektrische tijdperk, nemen we aan? “Ik denk drie, vier jaar. Bij de volgende modelcyclus.”

Lees ook:
Dacia Sandero meest verkochte auto in Europa

Dit artikel is verschenen in AM nummer 9!

Ga voor een abonnement op AM naar: www.automobielmanagement.nl/abonneren/

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding