Aan de vooravond van de Chicago auto show, waar Lex Kerssemakers, CEO van Volvo Car USA drie prijzen voor de XC90 in ontvangst nam, belichtte hij nog eens de uitdaging om het 2020-doel te bereiken.

Sinds de aankondiging van het doel heeft Volvo een aantal stappen gezet op het gebied van autonoom rijden en de verbetering van de bodemplaten op grond van de verzamelde data (wat ze zelf "Big-Data feedbacksysteem noemen). Volgens Volvo is dat gebaseerd op meerdere petabytes aan data van interne en externe bronnen.

Van cruciaal belang voor het bereiken van de veiligheidsdoelen zijn sensoren en cloud-technologieën die het mogelijk maken dat voertuigen real-time data over wegcondities en het verkeer meten en uitwisselen in real-time.

Vorig jaar begon Volvo met een test met duizend auto’s die zijn voorzien van sensoren en verbonden met Volvo Cloud om gegevens met elkaar en het bedrijf, evenals met lokale gemeenten te delen.

De auto’s, die op de weg zijn in Zweden en Noorwegen, zijn uitgerust met gemeenschappelijke driver-assist-technologieën, zoals geregelde cruise controle, evenals een internetsysteem om de wegomstandigheden in de gaten te houden en daarover te communiceren. Sensoren in de wielen van een auto registreren gladde weggedeeltes en waarschuwen onder meer het remsysteem om de auto te vertragen en de bestuurder te helpen veilig te blijven rijden.

Door de Volvo Cloud, dat werd gebouwd samen met Ericsson AB, worden de in de nabijheid rijdende Volvo bestuurders gewaarschuwd voor gladheid en worden die ook gemeld aan de Zweedse Transport Administration of Noorse Public Roads Administration, zodat ze eventueel onderhoud kunnen inplannen. De auto’s blijven tot 2017 op de weg om gegevens over twee winters te verzamelen.

Volvo voedt gegevens van haar onderzoek naar een analytics-systeem gebouwd op databases van Teradata Corp. verdeeld over duizenden servers. De opslag van data bevat ook informatie uit interne technische groepen, externe dealers die Volvo’s onderhouden en klantinteracties met systemen in de auto.

Volvo analyseert de gegevens om te voorspellen hoe veranderingen in functies variërend van achteruitrijcamera’s tot wielsensoren de veiligheid kunnen verbeteren. Volvo geeft geen informatie over de hoeveelheid gegevens die uit de test zijn verzameld, maar heeft plannen om de technologie te integreren in de toekomstige auto’s en zegt dat ze een belangrijk element zijn om het 2020-doel te bereiken.

Dat de Zweedse autobouwer, eigendom van het Chinese Geely, op de goede weg is, blijkt uit het feit dat de Amerikaanse National Highway Transportation Safety Administration (NHTSA) de Volvo XC90 heeft geïdentificeerd als een zogenaamd ‘nul-doden-model’, ofwel in Amerikaanse termen een death-proof vehicle. Daarmee verkeert de Volvo in het gezelschap van de Audi A4 quattro, Honda Odyssey minivan en Lexus RX 350 AWD.

Dit op basis van gegevens van de NHTSA over de periode van 2009 tot en met 2012.

Volvo zelf onderzoekt al decennia lang de ongevallen waarin zijn modellen betrokken zijn.

Volgens recente gegevens van de NHTSA blijft de teller sinds 2009 jaarlijks steken op iets meer dan 32 duizend doden. In 90 procent van de verkeersongevallen zijn de bestuurders verantwoordelijk. Autofabrikanten en technologiebedrijven stellen dat zelfstandig rijdende voertuigen de menselijke foutenfactor aanzienlijk zullen kunnen reduceren. Daarom is het uitschakelen van een actieve rol voor de bestuurder een steeds belangrijker onderdeel van de pogingen om de verkeersveiligheid te verbeteren. (HHemmes)