Technologisch topman en CEO van het Toyota Research Institute Gill Pratt maakt in een interview tijdens het Kenshiki Forum in Brussel de intrigerende vergelijking tussen techniek en natuur. “Verschillende regio’s en -klimatologische omstandigheden vragen hun eigen oplossingen. Dat zorgt voor biodiversiteit. In de wereld van de mobiliteit moet iets vergelijkbaars gebeuren. We zullen – te beginnen met de bZ4X – al snel miljoenen batterij elektrische voertuigen bouwen, ook kleinere. Maar er zijn alternatieven nodig. Een variatie aan maatwerkoplossingen.” Rode draad in die strategie is CROI, voluit Carbon Return on Investment. De ingesloten Toyota boodschap: het is niet slim om met twee voeten vooruit een toekomst van BEV’s in te springen. “De echte vraag is namelijk of je de CO2-productie gedurende het leven van de auto daadwerkelijk terugwint. Daarbij spelen aspecten mee als het klimaat, het gebruik van de auto en de locatie. Het antwoord ligt – denken wij – in een variatie aan maatwerkoplossingen bij de elektrificatie.”

Accu grotendeels werkeloos

Pratt kiest een sprekend voorbeeld: “In Europa en de Verenigde Staten beloopt het woonwerk verkeer doorgaans een kilometer of 50. Bij een elektrische auto met 500 kilometer range hebben 90 procent van zijn accucellen een CROI van nul komma nul. Negen op de tien worden weinig benut. Die batterijcellen kun je bijvoorbeeld beter inzetten in acht PHEV’s die een range van 60 kilometer hebben.” Bij eenzelfde woonwerk gebruik – zo rekent Pratt voor – bespaar je op die wijze acht keer meer CO2 dan in een BEV. Een slimme aanpak van carbonreductie in de atmosfeer vraagt met andere woorden om een holistische aanpak. Pratt: “Natuurlijk is dat kort door de bocht, want auto’s kennen een gevarieerd gebruik. Dat neemt niet weg dat je het maximale rendement op de ‘productie investering’ niet zelden op een andere manier behaalt dan met een BEV. Dat doe je door de nu nog beperkt beschikbare en technisch bovendien voor verbetering vatbare accucellen bewust in een variatie aan geëlektrificeerde maatwerkoplossingen te gebruiken.”

Ook waterstof

Over de jaren zal dat veranderen, maar Toyota zal elk denkbaar stuk gereedschap in de kist gebruiken om te zorgen dat de actuele aandrijftechniek zich leent voor de regionale infrastructuur. En het gebruiksdoel door de consument. Dat reikt van hybride, via oplaadbare PHEV en BEV tot de brandstofcel op waterstof. Maar ook andere alternatieve brandstoffen. “Wat in onze denkrichting zeker ook speelt is de onvoorspelbare toekomst. Zeker op de termijn waar we het nu over hebben. De klimaatverandering is een wetenschappelijk gegeven, maar de vraag welke technologie de toekomst gaat brengen is dat zeker niet. Het belang van de smartphone in jouw binnenzak kon geen mens twintig jaar geleden voorspellen. In het licht van die onzekerheid moet je niet proberen te voorspellen, of snelle keuzes maken, maar juist een brede selectie van oplossingen ontwikkelen.”

Verbrandingsmotor

“Goed voorbeeld is het gebruik van waterstof als brandstof in een verbrandingsmotor. En nee, dat is niet omdat we gewoon proberen het leven van de ICE te rekken. We weten heel goed dat waterstof verbranden niet de grootste efficiëntie biedt, maar net als de brandstofcel heeft het wel een plaats in de ontwikkelingen.” Daarbij speelt de enorme groei van wind- en zonneparken volgens wetenschapper Pratt nadrukkelijk mee. “In de toekomst zal er heel veel carbon neutraal opgewekte waterstof geproduceerd worden voor opslag van energie. En gebruik van overtollige energie. En er komt voor het zwaardere werk vraag naar alternatieven voor de batterij elektrische aandrijving. Lichter, goedkoper, snel te tanken en zeer betrouwbaar. We kunnen in aanloop naar andere toepassingen veel leren van ICE’s op waterstof in kleinere voertuigen.”

Lees ook:
Toyota VP Andrea Carlucci: ‘Alle oplossingen – waterstof, hybride, PHEV en BEV – hebben hun sterke kanten’