Gemiddeld lag het rendement na de twee eerste kwartalen van vorig jaar nog op 0,35 procent in de plus. Omdat er gedurende lange tijd relatief kleine aantallen nieuwe auto’s worden verkocht, is de omzet laag en zijn er hoge financieringskosten door langere statijden en door relatief hoge personeelskosten, zo luidt de verklaring. Het gemiddelde rendement is dit jaar na twee kwartalen teruggezakt naar min 0,03 procent. Dit is niet eerder voorgekomen sinds de bond zijn Branche Barometer bijhoudt. Er is wel eerder voorgekomen dat over een heel jaar gemiddeld een (klein) negatief resultaat is geboekt, namelijk in 2009. Toen kwam de barometer uit op min 0,005 procent.

Meer occasions

Het aandeel van de verkoop van occasions in de totale omzet is na twee kwartalen verder gestegen van dertig procent in 2013 naar 32 procent nu. Het aandeel van de verkoop van nieuwe auto’s daalde dienovereenkomstig van vijftig procent naar 48 procent. Het aandeel van de werkplaats en het magazijn in de omzet bleven stabiel met respectievelijk acht en negen procent.

Het aantal verkochte auto’s (nieuw en gebruikt) per verkoper is ten opzichte van twee kwartalen in 2013 gedaald van 69 naar 68, terwijl het gemiddeld aantal verkopers per bedrijf gelijk bleef (3,3). Opvallend is dat de toptien van best presterende bedrijven het dit jaar op dit gebied beter doen: zij hebben gemiddeld 2,5 verkopers die gemiddeld 87 auto’s de man verkopen.

De financieringskosten zijn met 2,2 procent toegenomen ten opzichte van 2013. Volgens de betrokken dealers in de werkgroep is dit het gevolg van de gestegen statijden van nieuwe auto’s en occasions, respectievelijk 14,5 en 10,8 weken, ten opzichte van 13,2 en 9,8 weken in Q2 van 2013.

Werkplaats

In de werkplaats zakte het resultaat als percentage van de werkplaatsomzet naar 28,2 procent (was 28,6 procent na twee kwartalen van 2013), ondanks het feit dat de omzet en de brutowinst per monteur stegen. De oorzaak lijkt te liggen in de stijging van de kosten in de werkplaats, zo is de conclusie van Bovag. De werkgroep spreekt in dit verband zijn zorg uit over ‘de leeftijdmix in de werkplaats’. Er zou een gezonde verhouding moeten zijn tussen oudere en jongere monteurs zodat de marge op de gefactureerde uren op peil kan blijven. Oudere monteurs brengen hogere loonkosten met zich mee en dus is de brutomarge lager, is daarbij de redenering.

Verder spreekt men van het absorptievermogen, de mate waarin de aftersales de totale kosten van het dealerbedrijf dekt. Na twee kwartalen kwam het uit op 68,9 procent, in dezelfde periode in 2013 was het nog 71,2 procent. Dit percentage zou minimaal op 80 procent moeten liggen, vindt Bovag.  (bron: BovagKrant)

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding