Voor elke dag dat zij geen gehoor geeft aan deze verplichting moet de organisatie een dwangsom van duizend euro betalen, tot een maximum van 25 duizend euro. De terugkeer van de op non-actief gezette Bukholczer per 30 maart is van kracht "totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd."

Tot dit oordeel komt de kantonrechter van de rechtbank Den Haag in het geschil tussen de secretaris en zijn werkgever. De ruime periode tussen de gisteren gedane uitspraak en de datum van 30 maart is bewust in acht genomen: de werkhervatting kan dan zo soepel mogelijk verlopen of partijen hebben ruim de tijd om "een minnelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst" te bespreken.

Volmacht 

Bukholczer trad in januari 1999 als adjunct-secretaris in dienst van Focwa Schadeherstel, werd later secretaris en gaf er tot voor kort leiding aan zeventien personen. Op 22 december 2014 kreeg hij mondeling te horen dat per direct zijn volmacht voor zijn functioneren werd ingetrokken. Ook zette zijn werkgever hem tot en met 15 februari op non-actief en mocht hij per direct geen contact meer opnemen met de medewerkers in Sassenheim en met externe relaties. Verder werd Bukholczer de toegang tot het gebouw ontzegd en moest hij zijn laptop, telefoon en sleutels van het pand inleveren. Dat laatste weigerde hij tot tweemaal toe.

Op zijn huisadres ontving Bukholczer op 24 december 2014 via een deurwaarder nadere tekst en uitleg over de maatregel. Zowel binnen als buiten de Focwa-organisatie zou volgens het bestuur het  draagvlak voor hem afkalven. Daarnaast zou in 2014 onder verantwoordelijkheid van de secretaris een aanzienlijk bedrag zijn gebruikt voor juridische bijstand door derden. Het exacte bedrag wordt in de uitspraak van de kantonrechter niet genoemd, maar het bestuur gaf aan er niets van te weten. Verder deed de omvang van de kosten vragen rijzen over de recht- en doelmatigheid ervan. Tot slot voerde Focwa aan de indruk te hebben dat Bukholczer de herpositionering van de organisatie leek te belemmeren dan wel te vertragen.

Onderzoek 

Bureau Brenschot, ingeschakeld door Focwa, concludeerde op 3 februari 2015 dat inderdaad sprake was van onvoldoende draagvlak. Ook zou intern behoefte bestaan aan een andere vorm van sturing. De bestaande secretaris zou daar onvoldoende voor zijn toegerust. Twee dagen later vroeg Focwa Schadeherstel bij het UWV een ontslagvergunning aan voor Bukholczer – een procedure die nu nog loopt. Het onderzoek door Berenschot kon volgens Focwa niet goed worden uitgevoerd als intussen de secretaris gewoon aanwezig zou zijn. De rechter vindt echter dat daar onvoldoende argumenten voor zijn aangevoerd. Er zijn immers ook gesprekken gevoerd met mensen buiten de eigen organisatie (21). Bovendien vond een deel van het interne onderzoek plaats via een anoniem in te vullen vragenlijst. Ten slotte oordeelt de kantonrechter dat Bukholczer eventueel achteraf op non-actief gezet had kunnen worden, wanneer daadwerkelijk zou blijken dat zijn aanwezigheid het onderzoek belemmerde.

Grote klok 

Al met al had Focwa zijn secretaris niet op non-actief mogen zetten. Een andere eis van Bukholczer – Focwa dwingen om media schriftelijk te berichten dat zijn op non-actiefstelling is opgeheven – is niet door de kantonrechter gehonoreerd. Ook hoeft Focwa niet de volmachten van Bukholczer te herstellen. Evenmin is volgens de kanonrechter gebleken dat de brancheorganisatie de maatregel tegen de secretaris aan de grote klok heeft gehangen, waardoor diens eer en goede naam zouden zijn aangetast.

Aangezien de brancheorganisatie grotendeels ongelijk heeft gekregen, is zij behalve tot het het weer toelaten van Bukholczer ook veroordeeld tot de proceskosten: 760,euro en 63 cent.