Bril maakte in opdracht van Volvo Cars Nederland het boek ‘Zweedse liefde’, met als ondertitel ‘Twintig verhalen rond de Volvo van Martin Bril’. Het was het eindejaarsgeschenk 2008-2009 van Volvo Cars Nederland.  Bril schreef vaak en veel over zijn Volvo’s in zijn columns in de Volkskrant. Hij viel ook op in zijn knalgele Volvo 850 T5R. Een citaat van 26 mei 2007, in een man en zijn auto: ‘Maar mijn auto is van mij. En hij is geel, cream yellow om precies te zijn, een kleur die bekijks trekt en waar veel om wordt gelachen. Een vriendin vroeg me eens of ik hem goedkoper had kunnen krijgen, vanwege die bespottelijke kleur. Het tegenovergestelde, moest ik antwoorden. De gele Volvo T5R was in zijn gloriedagen, midden jaren negentig, een van de duurste Volvo’s die er was, een racemonster. En ook tweehands zijn ze sindsdien altijd aan de prijs gebleven want er zijn er maar weinig van. Het is een limited edition, zogezegd.’

Bril had ook een vaste garage, Jan Roest op de Zeeburgerdijk in Amsterdam. Over de lichtblauwe Volvo 240 die hij in 2002 bij Roest kocht, schreef hij nog in een column van 13 februari 2007: ‘Gisteren zag ik ineens tussen Hoofddorp en Haarlem mijn oude auto rijden. Een lichtblauwe Volvo 240. Het was hem echt want ik herkende hem aan het kenteken.’

De 240 Estate omschrijft Bril als ‘een populaire auto, vooral in kringen van veertigplussers die op cowboylaarzen lopen en moderne jonge moeders in flodderjurken’. Bril was een trouw Volvo-rijder. ‘Volvo’s zijn beschaafd, maar toch hardwerkend. Als je auto’s met mensen zou kunnen vergelijken, is de Volvo een knoestige, wat onhandige man, met haar in zijn oren, die, als hij eenmaal na een paar glaasjes loskomt, verschrikkelijk geestig blijkt te zijn en ook nog goed kan dansen.’

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding