Johanna Maria Quandt is geboren in Berlijn in 1926, als dochter van kunsthistoricus Wolfgang Bruhn. Johanna werkte onder meer als verpleegster in een militair hospitaal in de laatste maanden van de tweede wereldoorlog,  een ervaring die haar erg heeft getroffen, aldus haar kinderen.  In de jaren vijftig werd zij de secretaresse van grootindustrieel Herbert Quandt, die een imperium bestierde van tientallen bedrijven en die aandelen bezat in zowel Daimler-Benz als in BMW. Zij trouwde Herbert Quandt in 1960. Het was zijn derde huwelijk.

Conservatief karakter

In die tijd balanceerde BMW op de rand van de afgrond en had al gesolliciteerd naar een overname door Daimler-Benz. Maar Herbert Quandt hielp om BMW zijn onafhankelijkheid te laten behouden en leidde het bedrijf weer naar winstgevendheid. In de jaren die volgden werd BMW een serieuze kracht in de grote internationale autowereld, maar de Quandts gaven de autofabrikant een conservatief karakter, typisch voor Duitse familiebedrijven. Zo weigerde BMW bijvoorbeeld de topmanagers de salarissen te betalen die de Amerikaanse bedrijven betaalden. Maar het succes maakte de familie ook doelwit. In 1978 wist de politie een poging tot kidnappen van Johanna en haar dochter Suzanne te voorkomen.

Omdat haar man Herbert Quandt zo slecht zag, las Johanna hem elke morgen het belangrijkste economische nieuws voor en die ervaring heeft haar er later toe gebracht een fonds op te richten dat jaarlijks een prijs uitlooft aan een journalist economie. Maar hoewel zij de journalistiek dus steunt, heeft dat er nooit toe geleid dat zij ook interviews ging geven. Nadat Herbert Quandt stierf in 1962, werd Johanna lid van de raad van toezicht van BMW en bleef dat volhouden tot 1997. Meer dan tien jaar lang was zij ook vicevoorzitter.

De door haar bewandelde weg (van secretaresse tot matriarch) is in Duitsland niet ongewoon. Zo was Liz Mohn, bestuurslid van mediaconcern Bertelsmann, secretaresse tot zij Reinhard Mohn trouwde.  Ursula Piëch was nanny voordat zij trouwde met Ferdinand Piëch, die haar later opnam zijn raad van toezicht (maar zij zijn er beiden in april van dit jaar uitgestapt.)

Verliezen door Rover

De overname van het Britse Rover in 1994 leverde BMW uiteindelijk hevige verliezen op. Toentertijd werd er gespeculeerd dat de familie Quandt mogelijk een deel van haar aandeel zou verkopen. Maar het ging anders, BMW nam afscheid van Rover (en ook van topman Bernd Pischetsrieder overigens), nam het verlies en de familie bleef het bedrijf trouw.
Met zo’n sterke en stabiele aandeelhouder heeft BMW ook de kans gekregen om innovatieve maar niet direct winstgevende projecten op te zetten, zoals de i3 en de i8. Harald Krüger, die afgelopen mei ceo van BMW Group werd, heeft afgelopen dinsdag zijn respect aan Johanna Quandt betuigd en gezegd dat zij het bedrijf ‘steun en stabiliteit’ heeft gegeven. Krügers voorganger Norbert Reithofer prees de  ‘warme en ongecompliceerde’ manier van doen van Johanna.

Nazi-verleden

Maar ondanks alle succes zijn de Quandts ook gedwongen geweest om de confrontatie aan te gaan met hun verleden. Nadat er in 2007 een schokkende tv-documentaire op de Duitse televisie kwam over het (niet zo fraaie) Nazi-verleden van de Quandts, benoemde de familie een historicus die het allemaal moest gaan uitzoeken. In 2011 werd dat onderzoek openbaar en daaruit kwamen veel ernstige onrechtmatigheden boven water, zoals het op grote schaal gebruiken van dwangarbeiders die zeer slecht behandeld werden door Günther Quandt, de vader van Herbert. (bron: Financial Times)

 

‘Dat zou leuk zijn’

Johanna Quandt was de op een na rijkste vrouw van Duitsland met een geschat vermogen van ruim tien miljard euro, grotendeel dankzij haar aandeel van zeventien procent in de BMW Group. Zij kenmerkt zich door haar bescheidenheid. Toen een nieuwsgierig iemand haar ooit vroeg of zij werkelijk Frau Quandt was, lachtte zei en antwoordde "Helaas, dat zou leuk zijn …" Johanna bracht haar bescheidenheid over op haarkinderen Stefan Quandt (49) en Suzanne Klatten-Quandt (53), die allebei zitting hebben in de raad van toezicht van BMW. Stefan en Suzanne hebben beiden al een groot aandeel in BMW en erven nu ook Johanna’s deel, waardoor de volle 47 procent van BMW Group (inclusief Mini en Rolls-Royce) in handen blijft van de familie Quandt.