Bejaard

Een nieuw gevaar dringt door tot het Nederlandse wegverkeer: de bejaarde die aan zijn auto vasthoudt als een drenkeling aan een reddingsvlot.

Van de week had ik drie ontmoetingen met deze nieuwe dreiging. Op een 80 km/u-weg sloot ik aan op een rij van een tiental auto’s die met gangetje van zestig voortsukkelde. Een tractor op de weg, vermoedde ik. Inhalen was onmogelijk, de middenstreep was doorgetrokken, een geïrriteerde enkeling ging er overheen om te kijken want er aan de hand was. Zes  kilometer verderop, toen de weg zich even verbreedde, werd het duidelijk. Twee senioren in een Zafira, naar de weg starend alsof ze een spoor broodkruimels volgden. Slechtziend waarschijnlijk of minimaal kleurenblind, want een van hen had lichtblauw haar.

Een paar dagen later was het weer raak, een jong katje liep over de weg. Het had gemakkelijk ontweken kunnen worden, maar de grijze duiven in hun Alto deden geen enkele poging, ze zagen het diertje niet eens, zelfs niet toen het als een pluizige voetbal voor hen uit kegelde. Ik wilde omdraaien om het uit zijn lijden te verlossen, maar dat hoefde niet meer. De inzittenden hadden helemaal niets gemerkt, kalmpjes reed de Alto door  – 20 km/u onder de maximumsnelheid natuurlijk.

De dag daarop werd ik zelf bijna de dood ingejaagd door een invoegende Scénic. Ik toeterde en knipperde met mijn lichten, want ik kon niet naar links. Maar volledig afgesloten van de wereld om hen heen, zetten de twee hoogbejaarden door, zelfs toen mijn banden kermden en de rook ervan afsloeg. Een paar minuten later kon ik het tweetal inhalen, reed er even naast, en toeterde weer, voor een momentje van vriendelijk oogcontact. Tevergeefs. Als ze me morsdood hadden gereden, zouden ze het nooit hebben geweten. Ik heb nu een hoorn op mijn auto gezet die zo luid klinkt, dat iedereen in een omtrek van vijfhonderd meter de schuilkelders in duikt als ik op de claxon druk.

Natuurlijk wil ik bejaarden het recht op automobiliteit niet ontzeggen – van mij mag vergrijzend Nederland zo lang doorrijden als het denkt te kunnen. Ik ga er van uit dat onze senioren zo verstandig zijn hun rijdiploma in te leveren als ze merken dat ze een gevaar op de weg vormen, maar hoe gaan ze dat merken? Als ik daar aan denk, slaat mijn eerbied voor grijze haren om in vrees.

 

 

 

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Bejaard - Automobielmanagement.nl

Bejaard

Een nieuw gevaar dringt door tot het Nederlandse wegverkeer: de bejaarde die aan zijn auto vasthoudt als een drenkeling aan een reddingsvlot.

Van de week had ik drie ontmoetingen met deze nieuwe dreiging. Op een 80 km/u-weg sloot ik aan op een rij van een tiental auto’s die met gangetje van zestig voortsukkelde. Een tractor op de weg, vermoedde ik. Inhalen was onmogelijk, de middenstreep was doorgetrokken, een geïrriteerde enkeling ging er overheen om te kijken want er aan de hand was. Zes  kilometer verderop, toen de weg zich even verbreedde, werd het duidelijk. Twee senioren in een Zafira, naar de weg starend alsof ze een spoor broodkruimels volgden. Slechtziend waarschijnlijk of minimaal kleurenblind, want een van hen had lichtblauw haar.

Een paar dagen later was het weer raak, een jong katje liep over de weg. Het had gemakkelijk ontweken kunnen worden, maar de grijze duiven in hun Alto deden geen enkele poging, ze zagen het diertje niet eens, zelfs niet toen het als een pluizige voetbal voor hen uit kegelde. Ik wilde omdraaien om het uit zijn lijden te verlossen, maar dat hoefde niet meer. De inzittenden hadden helemaal niets gemerkt, kalmpjes reed de Alto door  – 20 km/u onder de maximumsnelheid natuurlijk.

De dag daarop werd ik zelf bijna de dood ingejaagd door een invoegende Scénic. Ik toeterde en knipperde met mijn lichten, want ik kon niet naar links. Maar volledig afgesloten van de wereld om hen heen, zetten de twee hoogbejaarden door, zelfs toen mijn banden kermden en de rook ervan afsloeg. Een paar minuten later kon ik het tweetal inhalen, reed er even naast, en toeterde weer, voor een momentje van vriendelijk oogcontact. Tevergeefs. Als ze me morsdood hadden gereden, zouden ze het nooit hebben geweten. Ik heb nu een hoorn op mijn auto gezet die zo luid klinkt, dat iedereen in een omtrek van vijfhonderd meter de schuilkelders in duikt als ik op de claxon druk.

Natuurlijk wil ik bejaarden het recht op automobiliteit niet ontzeggen – van mij mag vergrijzend Nederland zo lang doorrijden als het denkt te kunnen. Ik ga er van uit dat onze senioren zo verstandig zijn hun rijdiploma in te leveren als ze merken dat ze een gevaar op de weg vormen, maar hoe gaan ze dat merken? Als ik daar aan denk, slaat mijn eerbied voor grijze haren om in vrees.

 

 

 

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding