De laadstations komen veelal bij tankstations langs de snelweg maar helaas ook een eind er vandaan, zodat je dus een stuk moet wandelen als je de laadtijd van pakweg vijftien tot dertig minuten met een kopje koffie en saucijzenbroodje wilt veraangenamen. De stations hebben een dak van zonnepanelen om de schoonheid van het groene leven en elektrische energie te benadrukken. Die panelen wekken genoeg stroom op om dagelijks de batterijen van drie auto’s te vullen. De rest komt van windmolenparken en de zon, zo zegt Fastned. Zo’n laadstation ziet er goed uit, het heeft een eigen betaalsysteem, en er kunnen aardig wat auto’s tegelijk tanken.
Ik kreeg echter een schok van de prijs van de groene energie, die is 83,49 cent  per kWh, inclusief btw. Ter vergelijk: een kilowattuur uit het eigen stopcontact kost 23 cent. De stroom is bij FastNed dus 3,6 maal zo duur als bij Nuon of de gemiddelde andere elektriciteitsleverancier. Ik snap dat die veertig miljoen terugverdiend moet worden, maar dat een kilowattuurtje zo vaak over de kop moet gaan..?
Zo’n Kia Soul EV – leuke auto trouwens – heeft een accupakket aan boord waarin je 27 kWh aan elektrische energie kunt opslaan. Als je die tapt bij een station van Fastned kosten die kilowatturen je 22,54 euro. Daar krijg je volgens Kia in het echte leven zo’n 175 kilometer voor terug, zo ver kun je rijden voordat je Soul EV krachteloos stil valt. De energiekosten van een dergelijke elektrische auto zijn dus 12,88 cent per kilometer. Laten we dat eens vergelijken met een mooi dieseltje. Mijn prachtige, doch acht jaar oude BMW 118d rijdt gemiddeld 1 op 16, zonder dat ik daar op enigerlei wijze mijn best voor hoef te doen. Een liter diesel kost gemiddeld 1,497 euro. Dat betekent dat de energiekosten van mijn 118d per kilometer 9,36 cent bedragen.
Goedkoop rijden op de energie die de wind en de zon ons gratis schenken, het is een mooie gedachte. Maar bij de laadstations van Fastned is het een dure illusie. De wind en de zon kosten je 35 procent méér dan dat zwarte spul uit de aardbodem.