Wat gaat ‘ie kosten? Die vraag cirkelde maandenlang boven de autobranche. Het verlossende antwoord kwam half maart. De nieuwe Dacia Spring is leverbaar vanaf 17.890 euro. Daarmee duikt de stadsauto ruim onder de prijs van andere elektrische modellen. Een auto voor kilometervreters is het zeker niet. Met een actieradius van 230 kilometer (WLTP) richt Dacia zich toch vooral op doelgroepen die niet al te lange afstanden hoeven af te leggen.

Dacia is zonder twijfel een van de meest eigenzinnige autofabrikanten van de afgelopen twintig jaar. Sinds het Roemeense merk in 1999 volledig eigendom werd van Groupe Renault zijn er de nodige huzarenstukjes gepresenteerd. Het begon in 2004 met de Logan, die vooral als MCV-versie héél veel ruimte bood voor héél weinig geld. En wat te denken van de Duster die in 2010 op de markt kwam. Deze budget-SUV werd ontwikkeld op een Renault-Nissan platform en kreeg bewezen motoren van zijn Franse eigenaar. Iedereen kon plotseling een SUV betalen.

Lage ontwikkelingskosten

Met de nieuwe Spring trekt Dacia de lijn vanuit het verleden door. Afrekenen met de concurrentie door vol in te zetten op een zeer scherpe prijs. Die lage prijsstelling is onder meer te danken aan de slimme en goedkope ontwikkeling van de auto. Het model is namelijk gebaseerd op de Renault Kwid, die rondrijdt in India en waarvan een EV-versie te vinden is in China. Uiteraard is er wel flink wat werk gemaakt van de veiligheidsvoorzieningen ten opzichte van de Renault-versie. Slim is het zeker. En het scheelt een hoop geld.

Maar welke auto’s zijn eigenlijk de grootste rivalen van deze elektrische stadsauto? Dat is een vraag die maar moeilijk te beantwoorden is. In eigen huis heeft Groupe Renault een alternatief in de vorm van de Twingo Electric die ongeveer 20 mille kost. De Volkswagen e-Up is een stuk prijziger, met bijna 23.000 euro. De Renault ZOE dan? Nee, die is met een prijs van 32.790 euro echt van een andere orde. Een tweedehands ZOE is dan eerder een optie. Bij Dacia zelf verwachten ze overigens niet dat er veel kannibalisme zal optreden tussen de elektrische modellen van Dacia en Renault.

Ruimte in het A-segment

De keuze was lange tijd reuze in het A-segment, de klasse waarin ook de Spring valt. Maar dat kan de komende jaren wel eens veranderen. Veel merken kiezen er namelijk voor om hun stadsauto niet te vervangen. Onder meer de drieling Up, Mii en Citigo en tweeling C1 en 108 lijken vooralsnog niet direct opgevolgd te worden. Dacia doet alles al jaren anders. Of het nu om de Logan of Duster gaat. Het Roemeense merk vaart zijn eigen koers en lijkt zich weinig aan te trekken van de rest van de markt. Een stadsauto met SUV-achtige uitstraling is daar weer een perfect voorbeeld van. Wie de auto afgelopen tijd op foto’s voorbij zag komen, is deels op het verkeerde been gezet. De Spring lijkt namelijk veel groter dan hij in werkelijkheid is. Wat ruimte betreft moet je ‘m echt vergelijken met concurrenten uit de kleinste klasse.

De Spring wordt leverbaar in drie versies: een consumentenversie, een Business-editie en de Spring Cargo. De consumentenversie kan al worden besteld sinds 1 april. Met de Business-editie richt het merk zich op ‘professionals’ en deelautodiensten. Halverwege dit jaar is ook deze versie te bestellen. De Spring Cargo is de bedrijfswagenversie, dus zonder achterbank maar wel met een laadruimte van 1.100 liter en 325 kg laadgewicht. ‘Ideaal als alternatief voor een elektrische bedrijfswagen voor bijvoorbeeld bezorgdiensten’, aldus Dacia. De Cargo is leverbaar vanaf begin 2022 waarbij Dacia aangeeft dat de mogelijkheden voor de Nederlandse markt nog onderzocht worden.

Lange laadtijd

In technisch opzicht zijn er nog wel wat interessante zaken te melden over de Spring. De 33 kW (44 pk) sterke elektromotor is gekoppeld aan een batterij van 27,4 kWh. Deze cijfers klinken niet heel indrukwekkend. Om de auto betaalbaar te houden, is gekozen voor eenvoudige batterijtechniek. Een sprintje naar de honderd duurt 19 seconden, wat bepaald niet rap is. De cijfers sluiten overigens niet aan bij het gevoel dat je achter het stuur hebt, want het voelt nog best vlot aan. Het opladen is wel een gevoelig punt. Het oplaadpunt zit overigens verstopt achter het logo in de grille van de voorbumper. Via een normaal stopcontact duurt dat maar liefst 14 uur. Kies je voor een openbare laadpaal, dan kost het je 3,5 uur (max 7,4 kW). Er is standaard gekozen voor een enkelfase lader. Wie minder lang wil wachten, kan voor 495 euro extra een snellaadmogelijkheid voor maximaal 30 kW gelijkstroom kiezen.

Zonder meer is de meest voordelige EV van het moment voor de dealer een mooie aanvulling op het aanbod in de Dacia-showroom. Voor de zoveelste keer op rij weet het merk de ogen op zich gericht met een auto die zich onderscheidt van de concurrentie. Waarom moet een elektrische auto 30, 50 of 80 mille kosten? Wat dat betreft steekt Dacia een mooie middelvinger op naar de industrie. Maar een te grote mond moet de Spring ook weer niet hebben. Deze auto is een interessant nieuw alternatief op de markt voor een bepaalde doelgroep, maar het is ook een auto die de nodige minpunten heeft voor klanten die net wat meer wensen en eisen hebben.

Kopen of delen?

Wat dat betreft past de Spring echt prima in een deelautoconcept in en rondom de stad. In Frankrijk hebben ze dat al goed in de smiezen. De Spring is daar namelijk sinds kort te huur bij 510 autoverhuur-vestigingen van de grote Franse supermarkt E.Leclerc. De eerste Spring werd in het E.Leclerc winkelcentrum in Orly bij Parijs door CEO Luca de Meo van Renault overhandigd aan bestuursvoorzitter Michel-Edouard Leclerc van het gelijknamige winkelbedrijf. De auto kan gehuurd worden voor slechts 5 euro per dag, inclusief all-risk verzekering en onderhoud en zonder vaste huurtermijn. Dat aanbod geldt exclusief voor klanten van Leclerc. De verhuurlocaties hebben naast de Dacia ook de Renault Zoe beschikbaar, die daar 6 euro per dag kost. Uiteindelijk zal de verhuurvloot 3.000 van de Dacia’s en 1.000 Zoe’s omvatten. Kijk, dat schiet tenminste op. Het zou mooi zijn als Dacia er ook in Nederland in slaagt om een dergelijk partnerschap aan te gaan. Dat zou de auto een stuk aantrekkelijker maken en het aantal Springs in het Nederlandse straatbeeld ongetwijfeld fors verhogen.

Dit artikel is verschenen in het april-nummer van Automobiel Management. Geïnteresseerd in een Premium abonnement? Ga dan naar de abonneepagina

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding