De Europese autokoepel Acea publiceert niet alleen maandelijks een overzicht van de verkopen per land maar ook per merk. Daar staan voor het afgelopen jaar weer wat opmerkelijke ontwikkelingen in. Zo komt bij de middelgrote merken de sterkste groei tevoorschijn bij Toyota want dat wist met bijna 641.700 auto’s de afzet met 14 procent op te krikken. Toyota komt daarmee op een marktaandeel van 4,2 procent – was 3,8 procent – waarmee het een groter merk is dan Citroën, Nissan of Hyundai. Aan de negatieve kant is Honda de sterkste daler met een krimp van 11,5 procent naar 134.500 auto’s. Het marktaandeel van het eens veel sterkere Japanse merk is daarmee ook tot onder de 1 procent gezakt.

De grootste groei komt voor rekening van Lada met een plus van 29 procent maar dat telt met 5.000 verkochte auto’s eigenlijk niet mee. De schijnwerper valt dan meer op Suzuki dat met 233.400 stuks ruim 21 procent meer wist te verkopen. In het goedkopere segment doet ook Dacia het prima want dat verkocht met 463.500 exemplaren 50.000 meer auto’s waardoor het marktaandeel ook steeg van 2,8 naar 3,3 procent. Ook Seat kijkt terug op een goed jaar met een toename van de verkopen met ruim 14 procent naar 388.900 exemplaren, goed voor een marktaandeel van 2,6 procent.

Dan even de blik op de massamerken. Na het al genoemde Volkswagen komt Renault op een tweede plaats. Dat merk verkocht op de Europese markt 1.132.200 nieuwe personenauto’s wat een marktaandeel oplevert van 7,5 procent. Voor de rekenaars: Renault verkoopt daarmee in Europa nog altijd ruim een half miljoen auto’s minder dan Volkswagen! Derde op de ranglijst is Peugeot met 909.200 exemplaren, goed voor een marktaandeel van zes procent. In feite zit Opel nog wat hoger want dat verkocht bijna 927.000 auto’s als we de tijd onder General Motors en die onder PSA bij elkaar tellen. Het overgenomen Duitse merk kwam daarmee overigens wel ruim 50.000 stuks lager uit dan in 2016 toen het nog ‘helemaal’ bij General Motors hoorde.

Alle andere merken zitten in Europa onder de 800.000 nieuwe auto’s waarbij BMW, Mercedes, Audi, Fiat, het al genoemde Toyota, Skoda en op enige afstand Citroen in dezelfde categorie zitten wat marktaandeel betreft. Het beste scoort hier Mercedes-Benz dat met 857.100 automobielen het marktaandeel wist op te voeren van 5,5 naar 5,7 procent. Met 797.800 nieuwe auto’s zit Audi op 5,3 procent van de markt, wat wel 0,2 procentpunt lager is dan in het voorafgaande jaar. BMW moest met 788.800 verkochte auto’s precies net zo veel marktaandeel inleveren naar 5,2 procent. Het Duitse merk moet daarmee bijna stuivertje wisselen met Fiat want dat kwam met 768.800 auto’s op 5,1 procent van de totale markt uit. Eigenlijk nog net in dit segment zit Skoda met een marktaandeel van 4,5 procent en 674.800 verkochte auto’s. 

Alle andere merken komen niet verder dan een goede drie procent van de markt. Citroën voert deze groep aan met 3,7 procent en 563.400 verkochte auto’s, op de hielen gevolgd door Nissan dat met 552.250 zo’n 3,6 procent van de markt heeft. Verder zit Hyundai op 3,4 procent, haalt het al genoemde Dacia 3,1 procent naar zich toe en komt Kia niet verder dan 3 procent. Volvo haalt ondanks de successen in Europa nog altijd niet meer dan 1,9 procent, Mazda 1,5 procent en Land Rover precies één procent. Ter herinnering: vorig jaar (2017) werden er in totaal in de Europese Unie 15.137.732 nieuwe personenauto’s verkocht, dat was 3,3 procent meer dan in 2016.