In 2015 was Nederland met een gemiddelde uitstoot van 101,2 gram per kilometer het beste jongetje van de Europese klas. Portugal, Denemarken en Griekenland volgden op gepaste afstand. Maar toen werden de fiscale voordelen voor zakelijke rijders met plug-in hybrides versoberd. Daarmee verdween in 2016 ook de koppositie en zakte Nederland in 2016 naar de tweede en in 2017 naar de derde plek.

Maar, mede door de verkoop van 23.985 uitstootvrije, elektrische auto’s in 2018, oftewel 5,4 procent van het totaal, daalde de gemiddelde CO2-uitstoot naar 105,5 gram per kilometer en staat Nederland weer bovenaan de lijst. Onze directe buurlanden België (waar vorig jaar met bijna 550.000 stuks ruim 100.000 méér nieuwe auto’s werden verkocht dan in Nederland) en Duitsland (ruim 3,4 miljoen nieuwe auto’s) scoorden met respectievelijk 119,5 en 129,9 gram CO2 per kilometer beduidend slechter. Alleen in Luxemburg en Estland stoten nieuwe auto’s nog meer CO2 uit dan bij onze Oosterburen.

Bijna 500 euro meer aan BPM

Hoewel in Nederland in 2018 de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s het laagst van heel Europa was, stegen de rijksinkomsten uit de aanschafbelasting BPM in 2018 ten opzichte van het jaar ervoor met 13,5 procent tot bijna 2,3 miljard euro. De BPM per auto is juist gebaseerd op de CO2-uitstoot, maar ondanks de afname daarin moesten autokopers in 2018 gemiddeld bijna 500 euro meer BPM afdragen dan in 2017. Met name de onbedoelde fiscale gevolgen van de nieuwe Europese emissietest WLTP sinds september 2018 waren debet aan de stijging van de BPM. Voor identieke voertuigen gold plotseling een hogere CO2-waarde en daarmee ook een hoger BPM-bedrag, terwijl de politieke belofte was dat de WLTP géén fiscale consequenties zou hebben.

Dit en meer is allemaal te lezen in Mobilititeit in Cijfers Auto’s 2019-2020

Lees ook: Invoering WLTP heeft grote gevolgen voor portemonnee Nederlandse autokoper