‘’Dat toont nog eens overduidelijk het enorme belang van de auto-industrie voor Europa aan,’’ aldus de Nederlandse directeur-generaal Eric-Mark Huitema. “Het is duidelijk van vitaal belang voor de algemene gezondheid van de Europese economie, en voor de overheidsbegrotingen in het bijzonder, dat we onze sector succesvol kunnen herlanceren na de Covid-19 crisis.’’

In ons land leverde de autosector de schatkist volgens de Acea-berekeningen in 2019 21,5 miljard euro op. Dat bestond uit 10,4 miljard aan brandstofaccijns, 4,3 miljard aan wegenbelasting, 2,2 miljard aan BPM en registratierechten, 1,2 miljard aan BTW op verkopen of reparaties en onderhoud en 3,4 miljard aan overige belastingen.

Brandstofverbruik

Het hoogste bedrag komt voor rekening van Duitsland met 93,4 miljard waarvan 41,7 miljard aan brandstofaccijns en 31,3 miljard aan BTW. Verder ontving de Franse schatkiest 83,9 miljard en die in Italië 76,3 miljard. Acea heeft over 2019 ook Groot-Brittannië nog meegeteld met een bedrag van 54,1 miljard euro. Verder is Belgie ‘ingeboekt’ voor 20,7 miljard waarvan 8,8 miljard aan accijns en 7,4 miljard aan BTW.

In de nieuwe versie van de Tax Guide staat verder dat in 24 Europese landen de belasting op auto’s geheel of gedeeltelijk is gebaseerd op de CO2 uitstoot of het brandstofverbruik. Alleen in Polen, Eestland en Litouwen is dat niet het geval. Verder hebben ook 24 landen belastingvoordelen of andere steun voor elektrische auto’s ingevoerd. In dertien landen gaat het om een aankooppremie, in de andere landen meestal alleen om een lagere bijtelling of soortgelijke regelingen.