Vroeger had Opel in Duitsland de slogan ‘der zuverlässige’. Terecht, want de naoorlogse zakenman wist dat je voor probleemloos veel kilometers maken geen Mercedes moest kopen, maar een Opel Kapitän. In de jaren zestig en zeventig werden de achterwiel aangedreven Kadetts één op één geassocieerd met betrouwbaarheid, maar daarna verloor Opel zijn leidende positie op het gebied van trammelantvrij rondrijden. De Japanners rukten op en onder druk van het Amerikaanse hoofdkantoor moest Opel zelf gaan bezuinigen op de bouwkwaliteit. Met als gevolg dat het roestduivel terugkeerde en dat een klapperend dashboard op de Corsa A en Kadett E standaard waren. Absoluut dieptepunt was de tweede generatie Omega, die niet goed uitontwikkeld op de markt kwam en stuitend slechte duurtestresultaten neerzette. Opel verloor zijn glans en, hoe kan het ook anders in zo’n situatie, daarmee ook zijn marktleiderschap in Nederland.

Gelukkig is Opel bij zinnen gekomen. Onder leiding van de naar Tata Motors vertrokken (en van BMW afkomstige) merkchef Carl-Peter Forster werd weer geïnvesteerd in kwaliteit. Met als resultaat dat je tegenwoordig met goed fatsoen een Corsa kan kopen. Kroon op het werk van Forster is zondermeer de Insignia, die eerder dit jaar indruk maakte in Duitse betrouwbaarheidsonderzoeken. En nu is er niemand minder dan de Consumentenbond die de vorige generatie Astra en de huidige Zafira uitroept tot de betrouwbaarste auto’s die in Nederland rondrijden. Het Duitse duo verslaat met dit resultaat zelfs erkend Japanse keien als de Mazda3, de Honda Civic en de Nissan Micra.

Met name voor occasionkopers kan dit interessant nieuws zijn. Op de tweedehands markt is het nog niet zo doorgedrongen dat de modellen van Opel tegenwoordig bovengemiddeld betrouwbaar zijn. Dat houdt de prijzen aantrekkelijk scherp. En misschien moeten ze bij de importeur ook eens wakker worden en promotioneel munt gaan slaan uit de bevindingen van de Consumentenbond. Waarom niet een paginagrote advertentie à la supermarktketen Dirk van de Broek (die zijn eigen prijsniveau vergelijkt met dat van Albert Heijn) om zo bijvoorbeeld het matig scorende Ford of Toyota op de korrel te nemen? En als er dan toch een Duitse slogan gehanteerd moet worden, neem dan ‘Opel Der Zuverlässige’ in plaats van ‘Wir Leben Autos’. Dit laatste is net zo nietszeggend als wanneer het CDA bij hoog en laag volhoudt dat zij barmhartig is en een sociaal gezicht heeft.

Waar winnaars zijn, daar zijn ook verliezers. Of zoals Amerikanen en Britten zeggen: lemons. Toeval of niet: volgens de Consumentenbond is de vorige generatie Citroën C4 qua reparatiegevoeligheid het grootste bocht dat je kan kopen: veel mankementen, vaak ongepland naar de garage en zwak op zo’n beetje alle onderdelen. De eer van het merk wordt nog enigszins gered door de C1. Maar ja, dat is technisch natuurlijk een Japanner. Landgenoot Renault kan zich niet verschuilen achter een Aziatische partner, met als resultaat dat dit merk per saldo de minst betrouwbare auto’s bouwt. Niet alleen de Modus, vorige generatie prefacelift Laguna en de oude Mégane staan in de schaam top5, er is werkelijk geen enkel onderdeel waarin Renault zich positief weet te onderscheiden. Ook niet bij meer recente modellen als de Twingo, Clio en de huidige Mégane.

Dat het ook anders kan, bewijst dochter Dacia. Die bouwt in de vorm van de Logan een volledig probleemloos model. Maar goed, wat er niet op zit, kan ook niet stuk natuurlijk. Het Roemeense merk kan hiermee in één adem worden genoemd met Honda dat volgens de Consumentenbond duidelijk betrouwbaardere auto’s bouwt dan landgenoot Toyota. Maar de grootste geheimtip is misschien wel Seat. De huidige Leon en de vorige generatie Ibiza blijken zeer solide te zijn. Wie slim is volgt binnen de Volkswagen Groep dus niet het significant minder goed scorende Skoda, maar gaat voor een Spanjaard.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding