Column Toralt Deinum: ‘Aangeschoten diesel’

Eén van de opmerkelijkste auto’s die eerder dit jaar op de autosalon van Genève werden gepresenteerd, vond ik de Toyota C-HR. Het ontwerp is op zich niet nieuw want het werd al eerder op diverse shows in conceptvorm getoond. Maar dat Toyota het aandurft om een dergelijk buitenaards vormgegeven model in productie te nemen, getuigt van lef.

Nu is het zo dat Toyota qua onderscheidende autodesigns met ernstig achterstallig onderhoud kampte. En er is wat voor te zeggen om de Nissan Juke, waarop de pijlen met de C-HR gericht zijn, met gelijke stilistische munt terug te betalen. Ik maak mij overigens geen zorgen over de verkoopresultaten van de nieuwe Toyota. De C-HR is als een eigenwijs, maar pienter neefje. Een tegendraads jochie, maar allesbehalve onsympathiek.

De C-HR komt er dus wel. En zónder dieseluitvoering want die is door Toyota niet gepland. Op zich een te respecteren keuze maar dat het Japanse merk zijn Europese collega’s verwijt met oliegestookte motoren op het verkeerde paard te wedden, vind ik nogal ver gaan. Als diesels écht zo vervuilend zijn als Toyota beweert – en daardoor een controversieel imago hebben gekregen – waarom levert zij dan überhaupt nog D-4D uitvoeringen? In het geval van de Avensis, Verso en RAV4 is het antwoord natuurlijk dat deze in Europa niet bijster populaire modellen anders aan de straatstenen niet te slijten zouden zijn. Gegeven dit marktfeit zou Toyota misschien een toontje lager moeten zingen.

Of toch niet? Als Toyota werkelijk meent dat zijn hybride techniek een veel betere propositie is, dan zou er juist nu, midden in de sjoemelaffaire rondom de dieselmotoren van Volkswagen, publicitair veel garen gesponnen kunnen worden bij het saneren van alle D-4D modellen. Al helemaal als je in paginagrote advertenties uitlegt waarom je dit doet. Okay, de Avensis zou ten dode zijn opgeschreven. Maar dat is deze grijze middenklasser misschien sowieso wel – en de levensverwachting voor de Verso is al niet veel langer. Maar de RAV4 moet verkooptechnisch overeind kunnen blijven nu deze suv in een hybride uitvoering leverbaar is.

De dieselmotor is, daar zal vriend en vijand het over eens zijn, nu aangeschoten wild. Anders gezegd: Toyota krijgt nu de kans te scoren voor open doel. Voetbal schijnt oorlog te zijn maar ook in de autobranche is het eten of gegeten worden. Dus is mijn advies: als de C-HR écht zonder dieselmotor kan, duw hem dan nu met een finale publicitaire tik de afgrond in. Of heeft Toyota zoveel lef nou ook weer niet?

Deze column van Toralt Deinum staat in het maartnummer van Automobiel Management. 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Column Toralt Deinum: ‘Aangeschoten diesel’ - Automobielmanagement.nl

Column Toralt Deinum: ‘Aangeschoten diesel’

Eén van de opmerkelijkste auto’s die eerder dit jaar op de autosalon van Genève werden gepresenteerd, vond ik de Toyota C-HR. Het ontwerp is op zich niet nieuw want het werd al eerder op diverse shows in conceptvorm getoond. Maar dat Toyota het aandurft om een dergelijk buitenaards vormgegeven model in productie te nemen, getuigt van lef.

Nu is het zo dat Toyota qua onderscheidende autodesigns met ernstig achterstallig onderhoud kampte. En er is wat voor te zeggen om de Nissan Juke, waarop de pijlen met de C-HR gericht zijn, met gelijke stilistische munt terug te betalen. Ik maak mij overigens geen zorgen over de verkoopresultaten van de nieuwe Toyota. De C-HR is als een eigenwijs, maar pienter neefje. Een tegendraads jochie, maar allesbehalve onsympathiek.

De C-HR komt er dus wel. En zónder dieseluitvoering want die is door Toyota niet gepland. Op zich een te respecteren keuze maar dat het Japanse merk zijn Europese collega’s verwijt met oliegestookte motoren op het verkeerde paard te wedden, vind ik nogal ver gaan. Als diesels écht zo vervuilend zijn als Toyota beweert – en daardoor een controversieel imago hebben gekregen – waarom levert zij dan überhaupt nog D-4D uitvoeringen? In het geval van de Avensis, Verso en RAV4 is het antwoord natuurlijk dat deze in Europa niet bijster populaire modellen anders aan de straatstenen niet te slijten zouden zijn. Gegeven dit marktfeit zou Toyota misschien een toontje lager moeten zingen.

Of toch niet? Als Toyota werkelijk meent dat zijn hybride techniek een veel betere propositie is, dan zou er juist nu, midden in de sjoemelaffaire rondom de dieselmotoren van Volkswagen, publicitair veel garen gesponnen kunnen worden bij het saneren van alle D-4D modellen. Al helemaal als je in paginagrote advertenties uitlegt waarom je dit doet. Okay, de Avensis zou ten dode zijn opgeschreven. Maar dat is deze grijze middenklasser misschien sowieso wel – en de levensverwachting voor de Verso is al niet veel langer. Maar de RAV4 moet verkooptechnisch overeind kunnen blijven nu deze suv in een hybride uitvoering leverbaar is.

De dieselmotor is, daar zal vriend en vijand het over eens zijn, nu aangeschoten wild. Anders gezegd: Toyota krijgt nu de kans te scoren voor open doel. Voetbal schijnt oorlog te zijn maar ook in de autobranche is het eten of gegeten worden. Dus is mijn advies: als de C-HR écht zonder dieselmotor kan, duw hem dan nu met een finale publicitaire tik de afgrond in. Of heeft Toyota zoveel lef nou ook weer niet?

Deze column van Toralt Deinum staat in het maartnummer van Automobiel Management. 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding