Hoekzema ging in 1967 bij Bovag aan de slag, nadat in eerste instantie zijn vader had gesolliciteerd op een juridische functie. Senior had intussen elders een baan aanvaard en tipte zijn zoon die net was afgestudeerd. In zijn afscheidsinterview in 2000 bekende John tegenover het Reformatorisch Dagblad: "De belangrijkste lokker, ik zeg het eerlijk, was voor mij de auto van de zaak. In die tijd kreeg je dan een tweede- of derdehandsje van een medewerker. In mijn geval was dat een Ford Anglia. Op een dag werd ik aangehouden met dat ding. Jammer: bij de remproef door de politie begaven de remmen het. Kort daarna kreeg ik een nieuwe auto, een Opel Kadett." Overigens bleef de pech met auto’s hem gedurende zijn hele carrière achtervolgen, zoals de spiksplinternieuwe Alfa waarmee hij bij het verlaten van de showroom al een aanrijding kreeg. 

Huzarenstuk

In 15 jaar tijd werkte Hoekzema zich op tot algemeen secretaris van Bovag, oftewel directeur van de werkorganisatie, als opvolger van Hans Graat. De collega’s van toen typeren hem als markant, onconventioneel, zeer sportief en studentikoos. Zij memoreren dat hij samen met toenmalig bondsvoorzitter Joop Smees het secretariaat van Bovag grondig renoveerde. De eerste computers deden hun intrede, de personeelsformatie werd verjongd en Hoekzema hield van stevig leiderschap. In de jaren ’80 realiseerde hij tevens zijn ongetwijfeld grootste zakelijke huzarenstuk: de APK voor personenauto’s werd geïntroduceerd en anders dan in andere landen, mocht deze door de autobedrijven zelf worden uitgevoerd. Onder leiding van Hoekzema werd de politiek ervan overtuigd dat dit in combinatie met onderhoud namelijk efficiënter was en dat heeft de Nederlandse autobedrijven uiteindelijk geen windeieren gelegd, zoveel moge duidelijk zijn. De tentakels van het BOVAG-boegbeeld reikten sowieso verder dan die van menig ander voorman. Hij was heer en meester in de lobby en het relatiebeheer. Zowel nationaal als internationaal, aangezien hij ook IOMTR aanvoerde, de toenmalige wereldwijde koepel van autobrancheverenigingen. Zijn directe, Hollandse aanpak deed wel regelmatig een buitenlandse wenkbrauw fronsen. 

Visionair

Hoekzema werd in 1994 de eerste Bovag-medewerker die het schopte tot bestuurder en dan ook nog eens meteen tot bondsvoorzitter. Het hoofdbestuur wilde met John als fulltime voorzitter zijn lobbykracht en zijn immens grote netwerk optimaal benutten, en zo geschiedde, tot aan zijn vroegpensioen kort na de eeuwwisseling. John Hoekzema was een mobiliteitsman in hart en nieren en daarnaast een visionair die kwesties op de kaart zette die nu nog steeds actueel zijn. In de negentiger jaren toonde hij zich een fel tegenstander van rekeningrijden en de tolpoorten die minister Tineke Netelenbos opperde. Kilometerbeprijzing -waarbij de variabele kosten van autogebruik stijgen en de vaste lasten dalen- en zijn zelf bedachte ketenmobiliteit konden hem echter wel bekoren. In het eerder aangehaalde afscheidsinterview stelde hij: "Efficiëntere benutting [van de wegcapaciteit] is een van de oplossingen. Beïnvloeding van mobiliteitsgedrag is een tweede. Maar ook een aanzienlijke verbetering van het openbaar vervoer hoort erbij. Het openbaar vervoer is niet onze vijand, maar een natuurlijke bondgenoot. Een forse uitbreiding van wegen- en railnet is onvermijdelijk. Als we economische groei willen, dan komt er onvermijdelijk meer mobiliteit. Daar moet je dan dus de ruimte aan bieden. […] Door gebruik te maken van de elektronische snelweg en door het aanpassen van werk- en schooltijden is een deel van de files te voorkomen. Carpoolen en meer fietsen helpt ook." Deze zaken zijn nu nog steeds actueler dan ooit en vormen bovendien de oplossingsrichting van vele belangenorganisaties.

John Hoekzema werd geboren op 18 augustus 1941 in Oostburg en overleed op 21 oktober 2017 in Knokke (België).