De autoverkopen namen toe met dertien procent ten opzichte van december 2013. Lage rentes in combinatie met het nieuws dat de Amerikaanse economie het erg goed doet (vijf procent groei in het derde kwartaal) heeft eraan bijgedragen dat de Amerikaanse consumenten weer bereid zijn geld uit te geven aan nieuwe auto’s, zo meldt Financial Times. Het belang van de lagere brandstofprijzen op de autoverkopen blijkt wel uit de het feit dat de beste resultaten zijn behaald door de merken die het grootste aanbod hebben in auto’s met een relatief hoog brandstofverbruik, de bekende grote pick-ups en suv’s. De verkoopresultaten van Chrysler met zijn merken Jeep en Ram waren twintig procent hoger dan in december 2013.

De gemiddelde prijs voor een gallon benzine (3,8 liter) in de VS daalde eind december naar 2,30 dollar, in juni vorig jaar was het nog 3,64 dollar. Een bezoek van president Obama aan een Ford-fabriek nabij Dearborn woensdag 7 januari 2015 wordt gezien als een markering van de turnaround die de Amerikaanse auto-industrie heeft gemaakt. GM en Chrysler zijn destijds door de Amerikaanse staat van de ondergang gered, Ford daarentegen deed het zelf met een opmerkelijke herstructurering. De regering heeft gezegd dat men inmiddels 70,4 miljard dollar van zijn investeringen van destijds terug heeft. Men zou 9,5 miljard zijn kwijtgeraakt, maar daar staat tegenover dat er een miljoen banen zouden zijn gered.
Van de grote fabrikanten heeft alleen Ford in december wat tegenvallende cijfers gerealiseerd. Ford zag zijn verkopen met slechts 1,4 procent stijgen. (bron: FT)